President Jennifer Simons heeft woensdag bij de opening van het Onderwijscongres 2026 het belang benadrukt van productiegericht onderwijs als motor voor de nationale ontwikkeling. Volgens het staatshoofd moet Suriname het onderwijs sterker afstemmen op de behoeften van de economie en de samenleving, zodat het land weerbaarder wordt en beter kan inspelen op toekomstige uitdagingen.
Het tweedaagse congres wordt op 8 en 9 april gehouden in de Royal Ballroom van Hotel Torarica onder het thema Investing Today, Transforming Tomorrow. Tijdens de bijeenkomst wisselen actoren uit verschillende geledingen van de samenleving van gedachten over de toekomst van het onderwijs en de relatie daarvan met de ontwikkeling van Suriname.
In haar toespraak verwees Simons naar het regeerakkoord van 2025, waarin is vastgelegd dat Suriname voor verdere groei moet inzetten op versterking van productieve sectoren. In dat kader noemde zij de versnelde ontwikkeling van het lager, middelbaar en hoger beroepsonderwijs noodzakelijk. Volgens de president moet het onderwijs gericht zijn op productie in meerdere sectoren en niet uitsluitend op olie en gas.
Zij stelde dat de nationale productie van groot belang is voor zelfvoorziening op het gebied van voeding en overleving, maar ook voor bredere economische stabiliteit. Productie creëert volgens haar bovendien kansen voor export, wat weer kan bijdragen aan deviezeninkomsten en monetaire stabiliteit.
Simons zei bewust tijdens een onderwijsconferentie de nadruk te leggen op productie, omdat onderwijs uiteindelijk in dienst moet staan van het menselijk welzijn. De productie van goederen en diensten vormt volgens haar de basis van elke economie. Tegelijkertijd onderstreepte zij dat ook wetenschappelijk onderwijs onmisbaar is om sociale en economische vraagstukken op een doordachte manier aan te pakken en het land goed te organiseren.
De president gaf aan dat Suriname serieuze problemen kent binnen het onderwijs en dat dit een belangrijke aanleiding is geweest voor de organisatie van het Onderwijscongres 2026. Deze eerste bijeenkomst moet volgens haar vooral dienen om te luisteren naar de inzichten en ervaringen van deskundigen. In een volgende fase zal samen met belanghebbenden verder worden gewerkt aan de richting die het onderwijs moet inslaan.
Voor de aanvang van het schooljaar 2026-2027 noemde Simons twee directe prioriteiten. Enerzijds moeten bestaande problemen tijdig worden aangepakt, zodat die niet worden meegenomen naar het nieuwe schooljaar. Anderzijds moeten er oplossingen komen voor jongeren die buiten het onderwijssysteem zijn geraakt. Daarnaast moet in openheid worden gewerkt aan de hoofdlijnen van het onderwijsbeleid voor de komende vijf tot vijftien jaar.
Volgens het staatshoofd moeten de discussies tijdens het congres uitmonden in concrete resultaten. Daarbij noemde zij onder meer een werkwijze voor acute knelpunten, een breed gedragen langetermijnvisie, een duidelijke omschrijving van de rol van leerkrachten, een raamwerk voor een onderwijswet en een voorstel voor een duurzaam financieringsmodel.
Simons benadrukte verder dat Suriname zelf verantwoordelijk blijft voor duurzame investeringen in onderwijs. Het uiteindelijke doel is volgens haar dat elke openbare school kwalitatief goed onderwijs biedt, zodat ouders niet afhankelijk zijn van particuliere instellingen. Daarbij vroeg zij bijzondere aandacht voor de positie van leerkrachten. “Hoe kleiner het kind, hoe liefdevoller en hoger opgeleid de begeleider moet zijn”, stelde de president.
Zij gaf aan dat leerkrachten in de toekomst op hetzelfde niveau gewaardeerd moeten worden als andere hoogopgeleide professionals, vanwege hun cruciale rol in de ontwikkeling van kinderen en daarmee in de toekomst van het land.
Het Onderwijscongres 2026 wordt georganiseerd in samenwerking met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Dirk Currie gaf eerder aan dat het uiteindelijke doel is te komen tot een aanpak die aansluit op de behoeften van Suriname. Daarom wordt tijdens het congres ook geluisterd naar ervaringen en ideeën van buitenlandse deskundigen over onderwijsstructuren in hun landen.



