Terwijl we in Suriname vaak spreken over jeugdproblematiek, schooluitval en gebrek aan discipline, vergeten we één krachtig instrument dat bewezen werkt: sport.
Niet als tijdverdrijf, maar als opvoedend middel.
Sport vormt karakter, leert grenzen kennen en biedt jongeren een uitlaatklep in een samenleving die steeds meer van hen vraagt.
De recente prestaties van Natio Vrouwen Suriname hebben het land terecht trots gemaakt.
Deze vrouwen hebben Suriname positief op de kaart gezet en laten zien wat mogelijk is met doorzettingsvermogen, teamgeest en geloof in eigen kunnen. Op 3 maart spelen zij in Paramaribo een interland tegen Belize — een sportmoment met een veel grotere betekenis dan alleen negentig minuten voetbal.
Want dit gaat niet alleen over winnen of verliezen. Dit gaat over rolmodellen. Over meisjes die zien dat sport ook hún plek is. Over jongeren die beseffen dat discipline en inzet ergens toe kunnen leiden.
De vraag die we ons moeten stellen is echter: wat doen wij ondertussen om sport structureel te stimuleren, met name op school?
In veel scholen is sport gereduceerd tot een vak dat “ook nog moet”. Gymlessen vallen uit, sportmateriaal ontbreekt en prestaties worden zelden gevierd. Alsof intellectuele ontwikkeling losstaat van fysieke en mentale weerbaarheid. Dat is een gemiste kans.
Scholen zouden sport zichtbaar en belangrijk moeten maken. Niet alleen door vaste sportmomenten in te bouwen, maar ook door sportprestaties te erkennen zoals academische successen. Door samen te werken met sportbonden en clubs, trainers uit te nodigen en leerlingen de kans te geven verschillende sporten te ontdekken.
En vooral: door meisjes actief te blijven betrekken en een veilige sportomgeving te garanderen.
Sport draagt bij aan concentratie in de klas, vermindert stress en helpt jongeren omgaan met teleurstelling en verantwoordelijkheid. In een tijd waarin mentale druk onder jongeren toeneemt, is sport geen luxe — het is preventie.
Als we willen dat de successen van de Natio-vrouwen geen uitzondering blijven, maar het begin zijn van een bredere sportcultuur, dan moeten we investeren aan de basis. En die basis ligt op school.
Sport is geen bijzaak. Sport is ontwikkeling. De bal ligt nu bij ons.





