Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft op dinsdag 28 april een ontmoeting gehad met de Pakistaanse ambassadeur Murad Ashraf Janjua.
Tijdens het gesprek is vooral gesproken over kennisoverdracht binnen de agrarische sector.Volgens Noersalim is kennis de basis voor verdere ontwikkeling van de landbouw. “We hebben gesproken over verwerking en andere uitdagingen, maar centraal stond kennisoverdracht, want het start allemaal met kennis,” aldus de minister.
Pakistan beschikt volgens LVV over ruime ervaring en expertise op agrarisch gebied. Het land is bereid om onderzoeksresultaten en ervaringen met verschillende gewassen met Suriname te delen. Ook is gesproken over de mogelijkheid om de internationaal bekende basmatirijst uit Pakistan in Suriname te planten.
Rijstproductie in Nickerie teruggelopen
Minister Noersalim wees erop dat Nickerie bekendstaat als het rijstdistrict van Suriname. In het afgelopen seizoen is ongeveer 20.000 hectare rijst ingezaaid. In het verleden ging het volgens de minister om ruim 100.000 hectare.
De terugloop in de rijstproductie heeft volgens hem onder meer te maken met het vertrek van kader uit de sector in de afgelopen decennia. Via het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (ADRON) kunnen nieuwe rijstvariëteiten worden ontwikkeld, maar dat proces duurt ongeveer zestien seizoenen. “We kunnen niet acht jaar wachten op een nieuwe variëteit,” zei Noersalim tijdens het gesprek met de Pakistaanse diplomaat.
Meer export en minder import
De minister gaf verder aan dat het beleid erop gericht is de export te vergroten en de import te verminderen. Hij erkent dat dit doel niet binnen één jaar kan worden bereikt, maar benadrukt dat er een begin moet worden gemaakt. Noersalim wees op de voordelen die Suriname heeft voor de ontwikkeling van de agrarische sector, waaronder vruchtbare gronden. Volgens hem ligt de nadruk nu nog te veel op de kustvlakte. De regering wil daarom ook agrarische investeringen in zuidelijker gelegen gebieden stimuleren.
Lokale productie moet omhoog
Volgens de LVV-minister importeert Suriname momenteel meer voedsel dan het zelf produceert. Ongeveer 65 procent van het voedsel wordt geïmporteerd, terwijl 35 procent lokaal wordt geproduceerd. De import varieert van sojabonen en maïs tot champignons. Noersalim stelt dat veel van deze producten ook in Suriname kunnen worden geteeld of geproduceerd. LVV heeft daarom verschillende initiatieven genomen om de lokale productie te stimuleren. Een voorbeeld daarvan is de pluimveesector. Lokaal geproduceerde kip is momenteel duurder dan importkip. Om daar verandering in te brengen, verzorgt LVV landelijk trainingen voor jonge ondernemers die zich willen richten op het kweken van pluimvee.
Uitdagingen in landbouwsector
Tijdens de ontmoeting kwam ook naar voren dat Pakistan, net als Suriname, te maken heeft met uitdagingen zoals vergrijzing, klimaatverandering en een afnemende belangstelling van jongeren voor de agrarische sector. Beide landen willen daarom nagaan hoe samenwerking kan bijdragen aan vernieuwing en versterking van de landbouw.

