Onderwijsminister Dirk Currie erkent dat het onderwijsveld in Suriname kampt met grote achterstanden. De bewindsman, die inmiddels ongeveer acht maanden aanzit, zegt dat de problemen onder meer zichtbaar zijn in het tekort aan klaslokalen, knelpunten rond transport en betalingsachterstanden.
Volgens Currie hebben deze achterstanden te maken met de mate waarin de samenleving bereid is te investeren in onderwijs. Internationaal wordt volgens hem vaak een investering van 15 tot 20 procent geadviseerd, terwijl Suriname momenteel rond de 10 procent zit. Dat lagere investeringsniveau werkt volgens de minister door in de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs.
Om de situatie te verbeteren, wil het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) bestaande processen evalueren en transparanter en sneller maken. Daarnaast wordt met financiering van onder andere de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank gewerkt aan een lijst van 58 scholen die in aanmerking komen voor renovatie en bijbouw.
Onderwijs als basis voor nationale ontwikkeling
Ondanks de problemen noemt Currie onderwijs een cruciale sector voor de ontwikkeling van Suriname. In een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) op donderdag 30 april 2026 zei hij dat het ministerie jongeren vanaf de basisschool tot en met het hoger beroepsonderwijs begeleidt bij het ontdekken van hun talenten en passies.
Volgens de minister levert goed onderwijs een directe bijdrage aan de groei van zowel de publieke als de private sector. Jongeren die hun opleiding afronden, komen uiteindelijk terecht in verschillende delen van de samenleving en economie. Wanneer zij succesvol zijn in het invullen van hun toekomst, profiteert volgens Currie het hele land daarvan.
De bewindsman benadrukt dat goed onderwijs niet los kan worden gezien van samenwerking met andere ministeries. Zaken als veiligheid, scholenbouw, transport en nutsvoorzieningen zijn volgens hem noodzakelijke randvoorwaarden om kinderen succesvol onderwijs te kunnen bieden.
Niet uitsluitend focussen op olie en gas
Met het oog op de ontwikkelingen in de olie- en gassector brengt het ministerie de capaciteit van jongeren en opleidingsinstellingen in kaart. Currie waarschuwt echter dat Suriname zich niet uitsluitend op deze sector moet richten.
Volgens de minister zijn olie en gas niet duurzaam, omdat deze bronnen op termijn opraken. Daarom moet Suriname ook investeren in opleidingen voor duurzame sectoren en ondernemerschap. Hij noemt onder meer ICT, toerisme en de creatieve industrie als sectoren met groeimogelijkheden.
Currie ziet daarbij kansen om de culturele diversiteit van Suriname om te zetten in een verdienmodel. De creatieve sector kan volgens hem bijdragen aan economische ontwikkeling als jongeren daarvoor goed worden opgeleid en ondersteund.
Meer aandacht voor kwetsbare groepen
Onder de motto’s “niemand achterlaten” en “toegankelijkheid tot onderwijs” zoekt het ministerie naar oplossingen voor onder meer vroege schoolverlaters en tienermoeders. Currie pleit voor meer financiële ondersteuning, onder andere via studieleningen.
Ook wil de minister meer aandacht voor mentale gezondheid en verantwoord leven. Volgens hem moet preventie een belangrijk onderdeel worden van het onderwijsbeleid.
Kinderen met speciale talenten of beperkingen moeten eveneens beter worden ondersteund. Het ministerie wil daarover in overleg blijven met particuliere instellingen die op dit gebied actief zijn.
Technologie en AI onmisbaar
De integratie van technologie en kunstmatige intelligentie is volgens Currie onmisbaar om jongeren voor te bereiden op de moderne arbeidsmarkt. Tegelijkertijd benadrukt hij dat jongeren ook moeten leren om verantwoordelijk om te gaan met sociale media en hun persoonlijke keuzes.
De minister stelt dat de toekomst van jongeren in belangrijke mate in hun eigen handen ligt, maar dat het onderwijs hen daarvoor wel de juiste begeleiding en instrumenten moet bieden.
Vervolg onderwijscongres in juni
Van 8 tot en met 10 juni vindt het vervolg van het onderwijscongres plaats. Currie zegt dat veranderingen in het onderwijs niet overhaast moeten worden doorgevoerd. Volgens hem is breed draagvlak nodig, vooral onder leerkrachten die de vernieuwingen in de praktijk moeten uitvoeren.
De minister benadrukt dat leerkrachten goed moeten worden begeleid en ondersteund. Zonder die ondersteuning zullen onderwijsvernieuwingen volgens hem niet succesvol zijn.


