Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft 26 landbouwers uit verschillende dorpen in Brokopondo getraind in de bouw en het beheer van kassen die geschikt zijn voor tropische omstandigheden. De training werd georganiseerd door het ressortskantoor van LVV in samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
De training, onder de titel Construction and Management Techniques for Tropical Greenhouses, vond plaats in de multifunctionele zaal in Brokopondo. Volgens LVV was de belangstelling groter dan het aantal beschikbare plaatsen. Het ministerie ziet de eerste trainingsronde daarom als onderdeel van een groter traject om meer landbouwers kennis te laten maken met moderne en duurzame productiemethoden.
Tijdens de bijeenkomst kregen de deelnemers uitleg over de basisprincipes van plantenteelt. Daarbij werd onder meer aandacht besteed aan de kwaliteit van zaden, kieming, het kiemingspercentage en de gemiddelde kiemduur van verschillende groentegewassen. Deze kennis moet landbouwers helpen bij het plannen van de teelt en het verbeteren van de opkomst van gewassen.
Ook werd ingegaan op het gebruik van een kas als beschermde teeltomgeving. Een goed ontworpen kas kan gewassen beschermen tegen hevige regenval, harde wind en overmatige zonnestraling. Daarnaast kunnen insectengaas en andere beschermingsmaatregelen worden ingezet om schadelijke insecten buiten de kas te houden.
Omdat hoge temperaturen een uitdaging vormen bij glastuinbouw in tropische gebieden, kregen de landbouwers ook informatie over ventilatiemethoden, waterbeheer en constructie-eisen. Deze maatregelen moeten bijdragen aan een gunstiger groeiklimaat voor de gewassen.
Volgens LVV kan tropische glastuinbouw nieuwe mogelijkheden bieden voor de landbouwsector in Brokopondo. Beschermde teeltsystemen kunnen landbouwers helpen om de productie en kwaliteit van gewassen te verhogen en de gevolgen van wisselende weersomstandigheden te beperken.
Het ressortskantoor zegt de komende periode door te gaan met trainingen, praktijkdemonstraties en samenwerkingen met nationale en internationale organisaties. Bij toekomstige trainingsrondes moeten meer landbouwers de gelegenheid krijgen om de opgedane technieken toe te passen binnen hun eigen bedrijf.









