Suriname en Curaçao hebben hun samenwerking voor de opvang en begeleiding van jongeren binnen het justitiële systeem verlengd. De overeenkomst moet kennisuitwisseling stimuleren en ruimte bieden voor verdere modernisering van de justitiële jeugdzorg in beide landen.
De Surinaamse minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, en de premier van Curaçao, Gilmar Pisas, hebben vrijdag 31 juli 2026 virtueel een bestaande samenwerkingsovereenkomst bekrachtigd. De afspraken zijn gericht op ondersteuning en modernisering van de justitiële jeugdzorg, met bijzondere aandacht voor de opvang en begeleiding van jongeren die met politie en justitie in aanraking zijn gekomen. De landen willen daarbij ervaringen delen over organisatie, personeel, begeleiding en de manier waarop jongeren verantwoord kunnen terugkeren naar hun familie, school of werk.
De ondertekening vond plaats vanuit de kleine vergaderzaal van het ministerie van Justitie en Politie in Paramaribo. Beide bewindslieden tekenden de documenten tijdens een digitale bijeenkomst en wisselden de ondertekende exemplaren vervolgens elektronisch uit. Daarmee beschikken Suriname en Curaçao over een door beide partijen bevestigd document dat als basis moet dienen voor verdere samenwerking.
Volgens de officiële mededeling van de Surinaamse overheid biedt de overeenkomst een kader voor intensievere bilaterale samenwerking. Het ministerie heeft echter nog geen concrete informatie bekendgemaakt over de looptijd, het beschikbare budget, het aantal betrokken jongeren of de projecten die als eerste zullen worden uitgevoerd.
Justitiële jeugdzorg centraal in nieuwe afspraken
De samenwerking moet bijdragen aan betere opvang, begeleiding en ontwikkeling van jongeren binnen het justitiële systeem. Voor Suriname kan kennisuitwisseling belangrijk zijn bij het verbeteren van behandelprogramma’s, onderwijs, vaktraining, psychosociale begeleiding en voorbereiding op terugkeer in de samenleving. In de bekendmaking zijn deze onderdelen niet afzonderlijk uitgewerkt, maar zij behoren doorgaans tot de belangrijkste schakels binnen een moderne aanpak van justitiële jeugdzorg.
Minister Monorath gaf aan dat Suriname op verschillende beleidsterreinen nog met uitdagingen te maken heeft. Hij verwacht dat uitwisselingsprogramma’s kunnen helpen om expertise op te bouwen en bestaande werkwijzen te verbeteren. Curaçao heeft volgens de minister op meerdere gebieden ervaring opgedaan waarvan Surinaamse diensten kunnen leren. De samenwerking moet daardoor niet alleen op papier blijven bestaan, maar ook leiden tot praktische overdracht van kennis. Voor de justitiële jeugdzorg kan dat betekenen dat medewerkers trainingen volgen, instellingen werkbezoeken organiseren en methoden voor begeleiding met elkaar vergelijken. Welke onderdelen daadwerkelijk worden opgenomen, moet nog worden uitgewerkt.
Kennisuitwisseling tussen Suriname en Curaçao
Premier Pisas benadrukte dat de relatie tussen Suriname en Curaçao breder is dan alleen justitie. Ook op het gebied van handel en economie ziet hij kansen voor intensievere samenwerking. Beide landen hebben historische, culturele en bestuurlijke banden, terwijl de gedeelde Nederlandse taal de uitwisseling van opleidingen, protocollen en deskundigen kan vergemakkelijken.
Curaçao heeft Suriname eerder ondersteund met landbouwprogramma’s voor het Korps Penitentiaire Ambtenaren en met andere gezamenlijke activiteiten. Ook op het gebied van politieopleidingen, brandweerbeleid en de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit bestaan al contacten. Key News berichtte eerder over samenwerking tussen Curaçao en Suriname voor professionelere politieopleidingen.
Goede jeugdzorg binnen justitie vraagt om begeleiding, kennis en een duidelijke weg terug naar de samenleving.
Ook aandacht voor mensenhandel en mentale zorg
Tijdens de bijeenkomst kwamen ook andere onderdelen van de samenwerking aan de orde. Senior beleidsadviseur Georgine Acton van het ministerie van Justitie en Politie sprak over verdere versterking van de aanpak van mensenhandel en mensensmokkel. Deze vormen van criminaliteit zijn vaak grensoverschrijdend, waardoor informatie-uitwisseling en afgestemde procedures tussen landen van groot belang zijn.
Daarnaast werden mogelijkheden besproken voor psychiatrische en mentale ondersteuning van medewerkers van het Korps Penitentiaire Ambtenaren. Penitentiaire medewerkers werken onder omstandigheden die lichamelijk en psychisch zwaar kunnen zijn. Structurele begeleiding kan bijdragen aan hun weerbaarheid, professioneel functioneren en veilige omgang met ingeslotenen, waaronder jongeren die extra bescherming en begeleiding nodig hebben.
Uitwisseling tussen brandweerkorpsen besproken
Acton wees verder op een mogelijk uitwisselingsprogramma tussen de brandweerkorpsen van Suriname en Curaçao. Hoewel dit onderdeel niet rechtstreeks onder de justitiële jeugdzorg valt, past het binnen de bredere samenwerking op het gebied van veiligheid en crisisbeheersing. Gezamenlijke trainingen kunnen worden gebruikt om ervaringen met opleidingen, incidentbestrijding, communicatie en operationele voorbereiding te delen.
De ondertekening laat zien dat beide regeringen de bestaande relatie willen voortzetten. Tegelijk zal de praktische uitvoering bepalen hoeveel effect de overeenkomst krijgt. Belangrijke vragen zijn welke instellingen verantwoordelijk worden voor de uitvoering, welke doelen worden vastgesteld en hoe de resultaten worden gemeten. Ook is nog niet bekend wanneer de eerste uitwisselingen of trainingen zullen beginnen. Openheid over planning, kosten en voortgang is belangrijk om te kunnen beoordelen of de samenwerking de justitiële jeugdzorg aantoonbaar versterkt.
Uitvoering bepaalt betekenis voor jongeren
Voor jongeren in het justitiële systeem is vooral van belang dat afspraken leiden tot merkbare verbeteringen. Het gaat daarbij niet alleen om veilige opvang, maar ook om onderwijs, gedragsbegeleiding, familiecontact, mentale zorg en voorbereiding op een toekomst buiten de inrichting. Zonder dergelijke voorzieningen bestaat het risico dat jongeren na hun vrijlating opnieuw in de problemen raken.
Een duurzame aanpak van justitiële jeugdzorg vraagt daarom om samenwerking tussen het ministerie, opvoedingsinstellingen, politie, het Openbaar Ministerie, rechters, scholen, zorgverleners en families. Internationale samenwerking kan aanvullende deskundigheid opleveren, maar de toepassing moet aansluiten op de Surinaamse praktijk en de rechten en behoeften van jongeren. Daarbij moet ook worden gekeken naar voldoende personeel, geschikte ruimtes, betrouwbare rapportage en nazorg. Alleen dan kan modernisering van de justitiële jeugdzorg duurzaam worden ingebed.
Surinaamse delegatie verwacht op Curaçao
Pisas sprak zijn waardering uit voor de samenwerking en zei uit te kijken naar de komst van een Surinaamse delegatie. Tijdens zo’n bezoek kunnen beide landen verder bespreken welke programma’s prioriteit krijgen en welke instellingen aan elkaar worden gekoppeld. De officiële datum en samenstelling van de delegatie zijn nog niet bekendgemaakt.
Bij de virtuele ondertekening waren ook korpshoofd van de Penitentiaire Ambtenaren Joyce Pane-Alfaisi, hoofd van het Jeugd Opvoedingsgesticht Rubina Simon en de penitentiaire ambtenaren Symor Vanessa, Andries Gloria, Martin Marciano en Ramgoelam Chanderbhose aanwezig. Hun betrokkenheid wijst erop dat de uitvoering mede bij de diensten rond detentie en jeugdbegeleiding zal liggen. De komende periode moet duidelijk worden welke concrete stappen uit de overeenkomst voortvloeien en hoe jongeren, medewerkers en de samenleving daarvan zullen profiteren.








