Hoewel in september vogelgriep werd vastgesteld op een pluimveebedrijf in Suriname, is nog altijd niet duidelijk om welke specifieke virusvariant het gaat en hoe gevaarlijk deze is voor pluimvee.
Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) heeft in De Nationale Assemblée (DNA) uitleg gegeven over de stand van zaken rond de vogelgriepbesmetting. Volgens de bewindsman wordt het risico voor de algemene bevolking momenteel als laag beoordeeld. De autoriteiten blijven echter alert zolang niet alle onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
Virusvariant nog niet vastgesteld
De eerste melding van mogelijke vogelgriep kwam op 15 september 2026 binnen bij de Veterinaire Dienst van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Aanleiding was een ongewoon hoge sterfte onder pluimvee op een bedrijf.
Drie dagen later, op 18 september, bevestigde het Centraal Laboratorium van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) de aanwezigheid van influenza A van subtype H5 in pluimveemonsters.
De minister maakte duidelijk dat een positieve test op H5 niet automatisch betekent dat sprake is van H5N1. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig. Ook de genetische herkomst en de mate waarin het virus ziekte veroorzaakt bij pluimvee, moeten nog worden vastgesteld.
De resultaten van het internationale laboratoriumonderzoek moeten hierover meer duidelijkheid verschaffen.
Verplaatsing van pluimvee leidde tot extra maatregelen
Een belangrijk aandachtspunt bij de bestrijding was dat pluimvee van het getroffen bedrijf al naar andere locaties was overgebracht. Hierdoor moesten de autoriteiten niet alleen de oorspronkelijke besmettingslocatie onderzoeken, maar ook nagaan waar de dieren naartoe waren gebracht.
Op mogelijke contactlocaties werden preventief dieren geruimd en ontsmettingswerkzaamheden uitgevoerd. Daarnaast werd het gebied waarbinnen veterinaire controles plaatsvonden, uitgebreid van drie naar zeven kilometer.
Volgens de beschikbare onderzoeksresultaten zijn er tot nu toe geen aanwijzingen dat het virus zich buiten de oorspronkelijke bedrijfslocatie verder heeft verspreid.
Personen met mogelijk contact getest
Ook de mogelijke overdracht van het virus op mensen kreeg aandacht. Het BOG onderzocht medewerkers en veldwerkers die tijdens hun werkzaamheden mogelijk aan het besmette pluimvee waren blootgesteld.
Bij geen van de onderzochte personen is een besmetting aangetoond. Betrokkenen worden nog gevolgd op symptomen zoals koorts, ademhalingsproblemen en oogontsteking.
Misiekaba benadrukte dat een besmetting onder dieren niet automatisch inhoudt dat het virus ook op mensen is overgedragen.
Pluimveehouders moeten verdachte sterfte melden
Ondanks de vooralsnog geruststellende onderzoeksresultaten blijven preventieve maatregelen van kracht. Pluimveehouders worden dringend verzocht ongebruikelijke sterfte of ziekteverschijnselen onder hun dieren direct te melden bij de Veterinaire Dienst.
Het verplaatsen of verkopen van zieke dieren moet worden vermeden. Daarnaast moeten de voorgeschreven hygiëne- en ontsmettingsmaatregelen worden nageleefd om mogelijke verspreiding te beperken.
Voor consumenten geldt volgens de minister dat pluimveevlees en eieren veilig kunnen worden gegeten wanneer deze voldoende worden verhit. Contact met zieke of dode vogels wordt afgeraden.
De regering blijft de situatie samen met nationale en internationale deskundigen volgen. De uitkomsten van het aanvullende laboratoriumonderzoek moeten uiteindelijk duidelijk maken met welke specifieke vogelgriepvariant Suriname te maken heeft.








