Het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) heeft de eerste consultatieronde gehouden voor de totstandkoming van het 7de Nationaal Rapport (7NR) aan de Conventie over Biologische Diversiteit (CBD). Tijdens de bijeenkomst zijn stakeholders uit uiteenlopende sectoren betrokken bij het verifiëren en aanvullen van de eerste verzamelde gegevens over de status van biodiversiteit in Suriname.
Het 7de Nationaal Rapport is een officieel nationaal voortgangsverslag dat Suriname uiterlijk februari 2026 indient bij de Verenigde Naties. Het document moet inzicht geven in hoeverre nationale inspanningen aansluiten bij het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework, dat de mondiale biodiversiteitsdoelstellingen tot 2030 richting geeft.
Gezamenlijke inzet centraal
De opening werd verricht door de directeur Milieu van OGM, Ritesh Sardjoe. Daarbij werd het belang benadrukt van gezamenlijke inzet bij de uitvoering van het nationale biodiversiteitsbeleid. Volgens het ministerie fungeert de periodieke rapportage binnen het CBD-kader als evaluatiemoment om zicht te krijgen op de voortgang van beleidsdoelen. Ook werd gewezen op het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de eerlijke verdeling van voordelen en het integreren van biodiversiteit in beleid van andere ministeries en sectoren.
Brede consultatie als basis
OGM treedt in dit traject op als nationale autoriteit (Focal Point) en coördineert de totstandkoming en uiteindelijke indiening van het rapport namens de Staat Suriname. De technische samenstelling en dataverzameling worden uitgevoerd door Stichting SOBA, onder coördinatie van het ministerie. Het proces wordt ondersteund door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP).
Voor het rapport is gekozen voor een brede consultatie met stakeholders uit onder meer bosbouw, visserij, landbouw, overheid, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van inheemse en tribale gemeenschappen. Volgens OGM raakt biodiversiteit meerdere sectoren, waardoor gezamenlijke inbreng nodig is voor een evenwichtig en realistisch nationaal overzicht.
Data getoetst aan de praktijk
De eerste consultatieronde geldt als een belangrijk moment in het rapportageproces. Tijdens de sessie is nagegaan in hoeverre beschikbare cijfers, beleidsinformatie en veldgegevens overeenkomen met praktijkervaringen van betrokken instituten. De ontvangen input wordt door de consultant verwerkt in een eerste conceptversie, die later opnieuw wordt voorgelegd voor verdere validatie.
HFLD-status, maar druk op ecosystemen neemt toe
Suriname staat internationaal bekend als een High Forest Cover, Low Deforestation (HFLD)-land. Tegelijkertijd neemt de druk op ecosystemen toe door menselijke activiteiten, wat volgens het ministerie het belang onderstreept van structurele monitoring en betere beleidsafstemming.
Sinds de vorige rapportage zijn volgens OGM stappen gezet op verschillende beleidsterreinen. Als voorbeelden worden genoemd: de vaststelling van de National Biodiversity Strategy and Action Plan (NBSAP 2024–2035), de operationalisering van het Sustainable Forest Information System Suriname (SFISS) en de actualisatie van de Code of Practice voor houtexploitatie. Ook worden ontwikkelingen genoemd rond duurzame visserij en marien beleid.
Daartegenover staan blijvende uitdagingen, zoals de structurele beschikbaarheid van wetenschappelijke data, de uitvoering van specifieke milieuwetgeving en de inzet van technisch en wetenschappelijk personeel voor langdurige monitoring.
Koppeling met Green Development Strategy
Het 7NR moet volgens OGM dienen als monitoringsinstrument voor de uitvoering van het NBSAP en als inhoudelijke onderbouwing voor de nationale Green Development Strategy. Daarnaast kan een kwalitatief sterk rapport bijdragen aan het versterken van Surinames internationale positie bij het aantrekken van klimaat- en biodiversiteitsfinanciering.
In de komende periode volgen verdiepende consultaties. De ontvangen input wordt verder verwerkt, met als doel een zorgvuldige en tijdige indiening van het rapport in 2026.










