Een nieuwe visserijafspraak tussen Suriname en Venezuela roept vragen op over de omvang en status van Venezolaanse visvergunningen. Officiële berichten uit Caracas spreken over toegang voor vissers, terwijl een latere regeringsverklaring verwijst naar bestaande vergunningen uit januari.
De Venezolaanse regering stelt dat de samenwerking met Suriname een nieuwe fase ingaat, waarbij olie, gas, visserij, landbouw, handel en opleiding centraal staan. President Delcy Rodríguez zegt dat Venezuela kennis wil delen over olie- en gasexploratie, productie en gespecialiseerde training. In dezelfde verklaring worden ook Venezolaanse visvergunningen genoemd als onderdeel van de afspraken tussen beide landen.
Volgens Rodríguez moeten vissers uit de Venezolaanse deelstaten Nueva Esparta en Sucre kunnen profiteren van het visserijakkoord. In een Venezolaanse staatspublicatie wordt gesproken over ongeveer 200 vissers die een vergunning zouden krijgen om actief te zijn in een door Suriname voorgestelde Atlantische corridor. Daarbij zou een deel van de vangst, waaronder tandbaars en snapper, via Suriname kunnen worden verwerkt of uitgevoerd naar onder meer de Verenigde Staten.
De precieze betekenis van die mededeling is echter nog niet volledig duidelijk. Een later Venezolaans regeringsbericht spreekt niet over 200 nieuwe vergunningen, maar over een vloot van 200 vaartuigen en ongeveer 2.600 vissers die in internationale wateren actief zouden zijn onder 45 vergunningen die in januari zijn verstrekt. Dat verschil is belangrijk, omdat een vergunning voor een vaartuig iets anders is dan een individuele vergunning voor iedere visser.
Venezolaanse visvergunningen vragen om duidelijkheid
De officiële Surinaamse berichtgeving over het bezoek van Rodríguez bevestigt dat visserij een belangrijk onderdeel is van de nieuwe samenwerking. President Jennifer Simons heeft de visserijafspraak omschreven als een instrument voor duurzaam en verantwoord beheer van de sector. De Surinaamse overheid heeft in de tot dusver openbaar gemaakte communicatie echter niet uitgewerkt hoeveel nieuwe vergunningen worden verstrekt, voor welke vaartuigen die gelden en in welk zeegebied precies mag worden gevist.
Ook is van belang dat de Venezolaanse overheid meldt dat minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij samen met zijn Venezolaanse ambtgenoot Juan Carlos Loyo een instrument heeft ondertekend dat de visserijsamenwerking regelt. Volgens het Venezolaanse ministerie van Buitenlandse Zaken maakt regulering van de visserij en aquacultuur in de Atlantische Oceaan deel uit van de gemaakte afspraken.
Zonder duidelijke vergunninggegevens blijft onduidelijk wie waar mag vissen en onder welke Surinaamse voorwaarden.
Noersalim legde nadruk op strijd tegen illegale visserij
Minister Noersalim heeft sinds zijn aantreden nadruk gelegd op de bestrijding van illegale visserij. Bij de start van zijn termijn noemde hij dit een van de urgente problemen binnen de sector. “Illegale visserij schaadt niet alleen onze maritieme rijkdommen, maar bedreigt ook het levensonderhoud van vele vissersgezinnen”, verklaarde hij destijds. Key News berichtte eerder over de prioriteiten die Noersalim voor de visserijsector stelde.
Dat beleid is ook terug te zien in eerdere bekendmakingen over visvergunningen. LVV maakte begin 2026 duidelijk dat vaartuigen vanaf 1 maart niet zonder een geldige vergunning mochten uitvaren en dat vergunninghouders aan de vastgestelde voorwaarden moeten voldoen. Tegen die achtergrond roept de nieuwe overeenkomst met Venezuela de vraag op welke juridische status de genoemde Venezolaanse visvergunningen precies hebben.
Verschil tussen corridor en Surinaamse wateren
Het begrip “Atlantische corridor” verdient eveneens nadere uitleg. Uit de Venezolaanse communicatie blijkt niet duidelijk of hiermee een afgebakend gebied binnen de exclusieve economische zone van Suriname wordt bedoeld, een route door internationale wateren of een combinatie daarvan. Een latere Venezolaanse regeringsverklaring spreekt uitdrukkelijk over visserij in internationale wateren, terwijl eerdere uitlatingen de indruk kunnen wekken dat de vergunningen toegang geven tot een door Suriname beschikbaar gestelde corridor.
Voor de Surinaamse visserijsector is dat onderscheid wezenlijk. Indien Venezolaanse vaartuigen in Surinaamse wateren mogen vissen, zijn vragen over vergunningen, quota, controle, aanlanding en opbrengsten direct relevant. Als de activiteiten hoofdzakelijk buiten de Surinaamse exclusieve economische zone plaatsvinden en Suriname vooral wordt gebruikt voor verwerking, overslag of export, ligt de juridische en economische betekenis anders.
Samenwerking gaat verder dan Venezolaanse visvergunningen
De afspraken tussen Suriname en Venezuela hebben daarnaast betrekking op olie en gas. Venezuela heeft aangeboden ervaring te delen op het gebied van exploratie en productie en Surinaamse professionals te trainen. Rodríguez verwees daarbij naar de Venezolaanse Universiteit voor Koolwaterstoffen en technologische platforms die ook gebruikmaken van kunstmatige intelligentie.
Ook landbouw en voedselzekerheid maken deel uit van de samenwerking. Beide landen willen normen beter op elkaar afstemmen, kennis uitwisselen en samenwerken op het gebied van dierlijke genetica en voedselproductie. Voor Suriname kan dat volgens de regeringen bijdragen aan een grotere productiecapaciteit en meer mogelijkheden voor regionale handel.
Nog vragen over uitvoering visserijakkoord
De kernvraag voor de visserij blijft hoeveel Venezolaanse visvergunningen daadwerkelijk nieuw worden uitgegeven, aan wie die vergunningen juridisch worden verstrekt en waar de houders precies mogen vissen. De openbare verklaringen uit Venezuela geven hierover verschillende aantallen en formuleringen.
Meer transparantie over het ondertekende visserijinstrument, de 45 eerder genoemde vergunningen en de positie van de 200 Venezolaanse vaartuigen of vissers kan voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over de toegang tot Surinaamse visgronden. Gezien Noersalims eerdere nadruk op geldige vergunningen, toezicht en duurzame visserij is vooral van belang dat LVV nader uiteenzet hoe de overeenkomst wordt uitgevoerd en welke gevolgen deze heeft voor lokale vissers.








