De Stichting Student Housing Campus Village (SSHCV), krijgt steeds meer meldingen binnen van studenten die zich zorgen maken over het beheer, onderhoud en de transparantie. Dit maakte DNA-lid Hakiem Lalmohamed bekend eerder vandaag in de openbare vergadering, naar aanleiding van ingekomen stuk #995 over die situatie.
Onze studenten, vooral zij uit het binnenland, verdienen een veilige en waardige woonomgeving, stelde Lalmahomed. “Studentenhuisvesting is geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van hun studietraject. Helaas zien we dat niet alleen op het terrein van SSHCV, maar ook bij de zogeheten internaten, veel gebouwen zijn achtergelaten als ruïnes. Dit vraagt dringend om aandacht”.
De vorige regering maakte volgens de parlementariër al een goede start met de oplevering van onderwijscomplexen in de districten Marowijne en Para en de renovatie van instellingen zoals de Anton de Kom Universiteit. Er was ook begonnen met het opknappen van de SSHCV, maar goed werk vereist politieke wil ter voortzetting, stelde hij. “Er zijn klachten over de faciliteiten: verouderde watersystemen die aan vervanging toe, maar ook onhygiënisch zijn, badkamers die niet fungeren, keukens die gemeenschappelijk gebruikt worden waarbij er onsmakelijke situaties ontstaan qua hygiëne, om de voornaamste te noemen, maar er zijn nog veel meer verbeterpunten”, aldus Lalmahomed.
Deze zaak ligt hem na aan het hart aangezien hij zelf nog studerende is op de Anton de Kom universiteit en zijn medestudenten vertegenwoordigt in het Universiteitsbestuur. “Het gaat om onze toekomst, ons intellectuele kader die hier niet de juiste kansen noch aandacht krijgt, terwijl we als jonge politici praten over de jongeren als de toekomst van morgen voor wie we moeten investeren in onderwijs en volksgezondheid, voor wie de economie beter moet. Maar als het met onze studenten niet goed gaat, waarin, in welke toekomst, investeer je dan?” vraagt hij zich af.
Lalmahomed krijgt ook frequent klachten binnen van studenten die recht hebben op verblijf in de campus village, maar op een wachtlijst staan, daarmee vooral doelend op studerenden uit verafgelegen gebieden in districten zowel het binnenland. “We kunnen die uit Nickerie, Coronie, Marowijne en ook Commewijne, daaronder rekenen. Die komen op een wachtlijst te staan, terwijl er anderen zijn met gunstigere omstandigheden die er al onderdak hebben; Er zijn zelfs ‘rare’ cases van hele gezinnen die in de campus village kamers verblijven”. Qua transparantie schort er ook veel bij de SSHVC, met name vanuit de overheid. Wat is de stand van zaken m.b.t. de huisvesting daar, vraagt hij zich af. “We blijven besturen en management wisselen, maar wat wordt er uiteindelijk wél bereikt?”
Bij uitbreiding van onderwijsfaciliteiten, hoort ook het herstel van bestaande infrastructuur, inclusief studentenverblijven, stelde hij. Het DNA-lid nam in zijn pleidooi ook mee de status van internaten, zoals die aan de Mr. Dr. J. Lachmonstraat, achter het Mr. Dr. J. C de Mirandalyceum, in Nickerie en Commewijne, die in verval zijn of zelfs al in ruines liggen. “De regering praat steeds over nieuwe gebouwen en meer scholen neerzetten, maar wat doen we met de faciliteiten die er al staan? Die moeten gerenoveerd en onderhouden worden, zodat onze jongeren daar gebruik van kunnen maken”.
Hij deed daarom het verzoek dat het betreffende ingekomen stuk, wordt doorgeleid naar de relevante vaste commissies, zodat op transparante wijze kan worden nagegaan wat er speelt en welke stappen nodig zijn. “Ik vraag via u, voorzitter, dat de regering op kort termijn rapportage doet over de stand van zaken bij SSHCV en alle andere studentenhuisvestingen, al dan niet in gebruik. Studenten moeten zich veilig voelen, gehoord worden, en kunnen rekenen op eerlijke behandeling. Laten wij als parlement waken over de randvoorwaarden die onze jongeren nodig hebben om te slagen. Investeren in onderwijs is ook investeren in hun leefomgeving”. Aldus DNA-lid Hakiem Lalmahomed van de VHP-fractie gister tijdens de openbare vergadering.















