De waarschuwingen van de Rekenkamer zijn niet nieuw, en dat is juist het probleem. Wie het jaarverslag van 2025 leest, ziet steeds hetzelfde: op papier lijkt er vooruitgang te zijn, maar in de praktijk gaat er nog veel mis. Dit horen we al jaren, zonder dat de echte problemen worden opgelost.
Sterker nog, dit speelt al heel lang. Rond 2010 gaf de Rekenkamer al aan dat de financiële administratie niet goed was, dat verslagen niet klopten en dat er te weinig controle was op hoe overheidsgeld werd uitgegeven. Ministeries hadden hun zaken niet op orde. Daardoor waren cijfers niet betrouwbaar en was er weinig zicht op wat er echt gebeurde. Die signalen waren duidelijk, maar er veranderde weinig.
Ook in 2016 en 2018 kwam dezelfde kritiek terug. Weer ging het om slechte controle, een slechte aansluiting tussen plannen en geld, en een overheid die fouten te laat ziet. De reactie van de overheid op de aanbevelingen van de Rekenkamer was vooral: nieuwe regels en procedures. Dat leek een stap vooruit, maar het bleef vooral een papierentijger en het loste het echte probleem niet op.
In 2023 klonken dezelfde zorgen opnieuw. Problemen met subsidies, uitkeringen en het beheer van overheidsgeld bleven bestaan. Het werd steeds duidelijker: dit zijn geen losse fouten, maar problemen die steeds terugkomen.
En nu, in het jaarverslag van 2025, zegt de Rekenkamer weer dat de basis nog steeds niet goed is. Fouten worden nog altijd te laat ontdekt, onder andere door slechte interne controle. Ook zijn er nog steeds risico’s als het gaat om eerlijk werken en het naleven van regels, bijvoorbeeld bij grondzaken, sociale programma’s en onderwijs.
Maar hier komt een belangrijk punt: ook De Nationale Assemblee (DNA) speelt een grote rol. De DNA heeft als taak om de regering te controleren. Zij moeten begrotingen kritisch bekijken, vragen stellen en ingrijpen als cijfers niet kloppen. Ook moeten zij erop toezien dat jaarverslagen op tijd worden ingediend en dat staatsbedrijven zich aan de regels houden. In de praktijk gebeurt dat onvoldoende. Begrotingen worden vaak gewoon goedgekeurd, terwijl duidelijk is dat ze niet goed onderbouwd zijn. Ook wordt geaccepteerd dat jaarverslagen soms jaren uitblijven, zoals bij SLM, waar het laatste jaarverslag uit 2016 komt. Dat is onacceptabel.
Wat nog zorgwekkender is: er worden nauwelijks consequenties aan verbonden. Niemand wordt echt ter verantwoording geroepen en er wordt ook niet afgerekend op fouten of nalatigheid. Daardoor verandert er niets.
Het probleem zit dus niet alleen in te weinig regels, maar vooral in het niet naleven ervan. Ook ontbreekt het vaak aan verantwoordelijkheid en daadkracht, zowel bij de regering als bij DNA.
Zolang controles niet goed werken en fouten zonder gevolgen blijven, blijft de overheid achter de feiten aanlopen. Daar komt bij dat openheid en verantwoording onder druk staan. Als jaarrekeningen niet worden ingediend en niemand daarop wordt aangesproken, verliest het hele systeem zijn geloofwaardigheid.
De conclusie is duidelijk, maar hard: dit is geen nieuw probleem en ook geen tijdelijk probleem. Het speelt al sinds minstens 2010 en waarschijnlijk nog langer. Zonder echte veranderingen in hoe er bestuurd wordt en hoe verantwoordelijkheid wordt genomen, óók binnen DNA, blijft elk nieuw rapport van de Rekenkamer hetzelfde verhaal. En zolang dat zo is, blijft beter financieel beheer vooral een belofte.
En laat mij het duidelijk zeggen: er is hier geen sprake van onmacht, maar van onwil. De mensen die de verantwoordelijkheid hebben om zaken volgens de principes van goed bestuur te versterken, corrigeren en te controleren, willen het niet. Dus blijft dit in stand en horen we om de zoveel jaar van de Rekenkamer dezelfde aanbevelingen.

