De Amerikaanse president Donald Trump wil dat de Verenigde Staten een vergoeding van 20 procent ontvangen over vracht die door de Straat van Hormuz wordt vervoerd. Volgens Trump moet de vergoeding dienen om de kosten te dekken die Washington maakt voor het beveiligen van de belangrijke internationale vaarroute. De precieze uitvoering van het plan is nog niet bekendgemaakt.
Trump kondigde maandag ook aan dat de Verenigde Staten opnieuw een zeeblokkade tegen Iran instellen. Iraanse schepen en vaartuigen die handel drijven met Iran zouden daardoor niet langer vrij door het gebied mogen varen. Schepen van andere landen zouden volgens de Amerikaanse president wel toegang tot de zeestraat behouden.
“De Straat van Hormuz is open en zal openblijven, met of zonder Iran”, schreef Trump op zijn platform Truth Social. Hij stelde dat de Verenigde Staten moeten worden vergoed voor de kosten die nodig zijn om veiligheid en bescherming in het gebied te bieden. De maatregel zou volgens hem onmiddellijk ingaan, maar hij gaf geen uitleg over hoe de vergoeding wordt berekend en geïnd.
Tijdens een interview met Fox News zei Trump dat de Verenigde Staten mogelijk het beheer over de zeestraat zullen overnemen. Hij omschreef Washington daarbij als de toekomstige “bewaker” van de Straat van Hormuz. Later herhaalde hij dat de VS geld uitgeeft om een economisch belangrijk deel van de wereld te beschermen en daarom een vergoeding moet ontvangen.
Internationale scheepvaartorganisatie kritisch
De Internationale Maritieme Organisatie, de VN-organisatie die toezicht houdt op de internationale scheepvaart, heeft kritiek geuit op het Amerikaanse voorstel. De organisatie stelt dat er geen juridische basis bestaat om schepen verplicht tol te laten betalen uitsluitend voor het passeren van een internationale zeestraat.
De organisatie wacht verdere details van de Amerikaanse regering af, maar zegt principieel tegen verplichte heffingen op het gebruik van internationale vaarwegen te zijn.
Het voorstel betekent ook een duidelijke wijziging van het eerdere Amerikaanse standpunt. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verklaarde eind juni nog dat de Straat van Hormuz een internationale waterweg is en dat schepen zonder tol of andere heffingen toegang moeten hebben. Volgens hem bestond onder de Golfstaten geen steun voor een systeem waarbij voor doorgang moest worden betaald.
Iran claimt controle
Iran stelt op zijn beurt dat het zelf de controle heeft over de Straat van Hormuz. De Iraanse regering had de doorgang in het weekend opnieuw opgeschort nadat volgens Teheran een schip zonder toestemming een niet-goedgekeurde vaarroute had gebruikt. Iran zei dat schepen pas weer toestemming zouden krijgen wanneer de stabiliteit en rust in het gebied waren hersteld.
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, reageerde spottend op het Amerikaanse voorstel. Hij zei het met Trump eens te zijn dat degene die een veilige doorgang garandeert daarvoor een vergoeding zou moeten krijgen. Araghchi stelde echter dat Iran altijd de bewaker van de zeestraat is geweest en dat ook zal blijven. Een heffing van 20 procent noemde hij te hoog.
De Verenigde Staten en Iran beschuldigen elkaar ervan de internationale scheepvaart in gevaar te brengen. De Amerikaanse strijdkrachten hebben nieuwe aanvallen uitgevoerd op Iraanse militaire doelen, terwijl Iran heeft gedreigd zich tegen Amerikaanse bemoeienis met de vaarroute te verzetten.
Olie- en vrachtprijzen onder druk
De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste doorgangen voor de wereldwijde handel in olie en gas. Voor de recente verstoringen werd ongeveer een vijfde van de mondiale olie- en gasstromen via deze route vervoerd. Een langdurige blokkade of hoge heffing kan daarom grote gevolgen hebben voor energieprijzen, scheepvaartkosten en de internationale handel.
De nieuwe confrontatie tussen Washington en Teheran zorgde maandag al voor een forse stijging van de olieprijzen. Amerikaanse olie werd 9,4 procent duurder en sloot op 78,14 Amerikaanse dollar per vat. Brentolie steeg met 9,6 procent tot 83,30 dollar per vat. Ook internationale aandelenmarkten kwamen onder druk te staan door zorgen over inflatie en verstoringen van de wereldhandel.
Een vergoeding van 20 procent op de waarde van de vracht zou, wanneer die daadwerkelijk wordt ingevoerd, tot aanzienlijk hogere transportkosten kunnen leiden. Rederijen kunnen die extra kosten doorberekenen aan importeurs en uiteindelijk aan consumenten.







