Jurist en oud-minister Jennifer van Dijk-Silos heeft zich fel uitgesproken tegen het voorstel om in Suriname een college van procureurs-generaal in te voeren. In een interview op D-TV Express stelt zij dat het veelgehoorde argument dat deze constructie het Openbaar Ministerie (OM) zou versterken, volgens haar niet klopt. “Door deze wijziging wordt het OM juist verzwakt”, zegt Van Dijk-Silos.
Volgens haar is in de Grondwet vastgelegd dat het opsporings- en vervolgingsbeleid bij de procureur-generaal berust. Het verdelen van die bevoegdheid over meerdere procureurs-generaal tast volgens haar het fundament van het OM aan. Van Dijk-Silos benadrukt dat je niet zomaar delen uit de Grondwet kunt weghalen en tegelijk kunt beweren dat het instituut daarmee sterker wordt. Zonder heldere aansturing van opsporing en vervolging komt het vervolgingsbeleid juist in gevaar, waarschuwt zij.
Een van haar belangrijkste bezwaren is dat onduidelijk blijft hoe bevoegdheden binnen zo’n college precies verdeeld zouden worden. Van Dijk-Silos stelt vragen over de besluitvorming bij meningsverschillen en over wie uiteindelijk eindverantwoordelijk is. Volgens haar ligt interne strijd dan voor de hand, waardoor procureurs-generaal tegenover elkaar kunnen komen te staan over competenties, prioriteiten en vervolgingsbeslissingen. Dat zou het OM niet slagvaardiger maken, maar juist trager en kwetsbaarder.
Van Dijk-Silos verzet zich daarnaast tegen vergelijkingen met Nederland. Zij benadrukt dat Nederland een andere schaal en structuur kent, met meerdere ressorten en een grote justitiële organisatie. Suriname heeft volgens haar een klein OM met beperkte personele bezetting. In die context meerdere procureurs-generaal introduceren noemt zij disproportioneel en ondoordacht.
“Geen waterhoofd op een klein OM”, stelt Van Dijk-Silos. Volgens haar creëert het voorstel een extra bestuurlijke laag boven een organisatie die juist versterking nodig heeft. In plaats van nieuwe managementstructuren zou de focus moeten liggen op het beter ondersteunen van de bestaande ruggengraat van het OM, waaronder officieren van justitie, hoofdofficieren en advocaten-generaal.
Tot slot pleit zij voor een inhoudelijke en technische evaluatie van het OM, waarbij gekeken wordt naar capaciteit, deskundigheid en de samenwerking met opsporingsdiensten. Zonder die analyse is een ingrijpende wetswijziging volgens haar prematuur. Van Dijk-Silos noemt het invoeren van een college van procureurs-generaal in de huidige vorm symboolpolitiek die het OM eerder schaadt dan versterkt.












