De Vereniging van Economisten Suriname (VES) blikt terug op een jaar van politieke verandering, maar ook toenemende armoedestress. Hoewel verkiezingen en machtsoverdracht volgens de redactie vlot verliepen, blijft de koopkracht onder druk en klinkt kritiek op het sociaal beleid.
De economisten typeert 2025 als een jaar van “diverse veranderingen”. In het nawoord van editie #66 (december 2025) stelt de redactie dat Suriname collectief opnieuw heeft laten zien eerlijke algemene en geheime verkiezingen te kunnen organiseren. Ondanks onvolkomenheden zou het verkiezingsproces en de daaropvolgende machtsoverdracht volgens de VES vlot zijn verlopen.
Met de komst van een nieuwe regering ziet de redactie ruimte om het beleid “anders te doen, hopelijk beter”. Tegelijkertijd benadrukt de verenging dat de samenleving meer verdient dan de huidige omstandigheden, mede door de druk op huishoudens en de aanhoudende stijging van kosten voor levensonderhoud.
Volgens de economisten is de armoede, net als in de afgelopen jaren, verder zichtbaar toegenomen. De redactie koppelt dit aan overheidsuitgaven rond de verkiezingen, die “na maanden hun tol eisen”, en aan stijgende prijzen van eerste levensbehoeften. Burgers zouden daardoor een groter deel van hun inkomen moeten besteden aan basisuitgaven.
Armoedestress en koopkracht
VES schrijft dat de regering na ongeveer zes maanden weinig zou hebben gedaan om de armoedestress bij burgers te verminderen. Ook bij sociaal-zwakkeren zou er volgens de redactie nauwelijks verbetering zijn opgetreden. Het blad wijst erop dat het IMF binnen het EFF-programma eerder kritisch zou hebben aangegeven dat het sociaal programma achterbleef.
De redactie stelt dat coalitiepartijen al vóór de verkiezingen wisten dat armoedebestrijding en sociale ondersteuning een urgent thema vormden. Desondanks wekt het volgens de verenging de indruk dat er onvoldoende voorbereiding is geweest om snel en effectief beleid te voeren na de regeringswisseling.
Kritiek op uitvoering sociaal beleid
In het nawoord wordt verder gesteld dat de minister van Sociale Zaken vooral naar buiten zou zijn gekomen met informatie over vermeende corruptiegevallen rond de uitbetaling van sociale fondsen en het Moni Karta-project. Zij verwijst daarbij naar eerdere publieke uitlatingen van de toenmalige president, enkele weken voor de verkiezingen, over mogelijke fraude en personen die meerdere bedragen zouden hebben ontvangen.
Tegelijkertijd merkt de redactie op dat er volgens haar geen vervolgingen zijn gevolgd en dat beleidsmakers op hun post zouden zijn gebleven. VES schrijft dat dit bijdraagt aan het gevoel dat misstanden wel worden benoemd, maar niet consequent worden opgevolgd met maatregelen.
Vraagtekens bij verantwoordelijkheid en consequenties
Volgens de verenging is na 25 mei de hoop bij veel mensen gericht op “kenki a systeem” en “a nyun passie”. De redactie stelt dat de minister van Sociale Zaken herhaaldelijk heeft gewezen op wanbeleid van voorgangers, misbruik van middelen bestemd voor sociaal-zwakkeren en “vervuilde databestanden” waarmee de nieuwe regering zou moeten werken.
Het blad plaatst echter kanttekeningen bij het uitblijven van concrete consequenties. Het is verder niet gebleken van ontheffingen, disciplinaire maatregelen of het wegsturen van politieke verantwoordelijken. De redactie noemt het bovendien opvallend dat personen die eerder leiding gaven aan Sociale Zaken, volgens VES nu als coalitiegenoot in De Nationale Assemblée zitten of als collega’s in de ministerraad functioneren.
In het nawoord concludeert de VES dat de samenleving volgens haar te vaak wordt geconfronteerd met “mooie en zoete verhalen”, terwijl er weinig zichtbare verantwoording wordt afgelegd. De sociaal-zwakkeren zouden intussen, aldus de redactie, verder worden geraakt door toenemende armoede en armoedestress.










