De Stichting Viskeuringsinstituut (VKI) staat er volgens het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) organisatorisch en financieel stabiel voor. Het stopzetten van niet-noodzakelijke uitgaven en een strengere opvolging van openstaande vorderingen hebben de financiële positie van het instituut versterkt. Dat meldt het ministerie in een verklaring van woensdag 7 oktober.
Volgens waarnemend directeur Arisha Sital Sewbaran is ook een recente audit goed verlopen. Daaruit blijkt volgens haar dat de interne processen goed functioneren. Verdere verbetering van de organisatie en controlemechanismen blijft echter nodig.
“De audit is goed verlopen en bevestigt dat de processen binnen het VKI goed lopen. Wij blijven echter kritisch kijken naar onze interne organisatie. Verdere versterking van de processen en controlemechanismen is noodzakelijk om de kwaliteit en continuïteit van onze werkzaamheden te waarborgen”, aldus Sital Sewbaran.
Het VKI heeft de afgelopen periode verschillende uitgaven als niet-noodzakelijk aangemerkt en stopgezet. Daardoor heeft het instituut volgens LVV meer grip op de besteding van beschikbare middelen. Ook is het debiteurenbeleid aangescherpt, zodat openstaande vorderingen beter worden opgevolgd. Het ministerie noemt geen bedragen over de financiële verbetering.
De directie en de Raad van Toezicht voeren regelmatig overleg over ontwikkelingen en resterende aandachtspunten. Raadsvoorzitter Emanuel Enjoem zegt dat deze samenwerking helpt om problemen tijdig te signaleren en gezamenlijk oplossingen te zoeken.
Een van de aandachtspunten is de rechtspositie en rechtszekerheid van het personeel. Volgens de directie moeten medewerkers binnen een stabiele organisatie ook duidelijkheid en zekerheid hebben. De verklaring vermeldt niet welke concrete maatregelen hiervoor worden voorbereid.
Voor de komende periode wil het VKI de interne organisatie en werkprocessen verder versterken. Enjoem benadrukt dat de betrokkenheid van alle partijen binnen het instituut daarbij noodzakelijk is.
“De uitdagingen waar wij voor staan, kunnen alleen gezamenlijk worden aangepakt. De betrokkenheid van alle actoren binnen het VKI is daarbij essentieel”, aldus de raadsvoorzitter.








