De regering heeft volgens minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning met de uitgifte van nieuwe staatsobligaties een dreigende betalingscrisis weten af te wenden. Door de herfinanciering zijn achterstallige schulden bij de Paris Club en diverse commerciële schuldeisers volledig afgelost, waardoor Suriname zijn internationale relaties verder heeft kunnen herstellen.
Wijnerman zegt in een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname dat bij het aantreden van de huidige regering al snel duidelijk werd dat de oude Oppenheimer-obligatie, die tot 2033 liep, financieel niet langer houdbaar was. Zonder ingrijpen zou Suriname volgens haar opnieuw in default zijn geraakt, wat neerkomt op het niet kunnen nakomen van financiële verplichtingen.
Om dat scenario te voorkomen, werd samen met Bank of America een intensieve roadshow georganiseerd. Daarbij zijn internationale investeerders benaderd met het oog op de toekomstige inkomsten uit olie en gas. Volgens de minister leverde dat een aanbod op van ruim 4 miljard Amerikaanse dollar. Met de opgehaalde middelen zijn oude obligaties afgelost en is ook het zogenoemde Value Recovery Instrument (VRI), waarbij toekomstige olie-inkomsten als onderpand dienden, afgekocht.
In februari volgde volgens Wijnerman nog een succesvolle aanvullende uitgifte, ook wel een optopping genoemd. Die middelen zijn onder meer ingezet voor sociale projecten en voor de finale aflossing aan Europese Paris Club-landen. “Eigenlijk hebben we wat betreft de Paris Club-leden onze relatie weer een stukje kunnen verbeteren”, aldus de minister.
De bewindsvrouw erkent dat de totale schuldratio van Suriname nog steeds boven de wettelijke grens van 60 procent ligt. Toch zorgt de vervanging van oude schulden volgens haar voor meer ademruimte. Samen met het Bureau voor de Staatsschuld en de president wordt gewerkt aan strikter schuldbeheer, met als doel de schuldquote richting 2027 structureel te verlagen.
Tegelijkertijd blijft de regering volgens Wijnerman scherp letten op zowel de uitgaven als de inkomsten. De afbouw van subsidies in de energiesector wordt met behulp van IMF-instrumenten bestudeerd, maar een concreet tijdstip is nog niet vastgesteld. De minister wijst daarbij op de onzekerheid door de mondiale oliecrisis.
Aan de inkomstenzijde blijven goudsmokkel en productieproblemen een belangrijk knelpunt, ondanks hogere opbrengsten uit de goudsector. Ook speelt volgens Wijnerman een tekort aan capaciteit bij de Belastingdienst en de douane een rol. “We doen ons best, maar je hebt het niet helemaal in de hand”, aldus de minister.









