De Republiek Suriname heeft de uitstaande leningen bij de Paris Club vervroegd afgelost. De afwikkeling vond plaats in het kader van de zogenoemde liability-managementstrategie, waarmee de regering de schuldenlast beter beheersbaar wil maken en toekomstige betalingsverplichtingen wil beperken.
Ter markering van deze stap werd op donderdag 4 juni een ceremoniële ondertekening gehouden tussen minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning en de Franse ambassadeur Nicolas de Bouillane de Lacoste. Met de vervroegde aflossing zijn de betreffende Paris Club-leningen volledig afgewikkeld.
Volgens het ministerie resteren er nog twee Franse leningen waarvoor momenteel nog trekkingen plaatsvinden. Deze vallen dus niet onder de nu volledig afgeloste Paris Club-verplichtingen.
Schuldherschikking begon onder regering-Santokhi
De Paris Club-schuldherschikking kwam tot stand tijdens de regering-Santokhi/Brunswijk, in de periode waarin Suriname onder begeleiding van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werkte aan herstel van de overheidsfinanciën. De eerste fase van de schuldherschikking met de Club van Parijs werd op 22 juni 2022 getekend.
Die eerste fase had betrekking op de betalingsachterstanden tot en met eind 2021 en op rente- en aflossingsverplichtingen over de periode 2022 tot en met 2024. Later volgde een tweede fase, waarbij afspraken werden gemaakt over de verdere aflossing van de resterende schulden vanaf 2025.
De Paris Club bestaat uit officiële schuldeiserslanden die gezamenlijk oplossingen zoeken voor landen met betalingsproblemen. In het geval van Suriname waren onder meer Frankrijk, Nederland, Italië en Israël betrokken bij de schuldherschikking.
Tweede fase en langere aflossingstermijnen
In oktober 2024 werd de tweede fase van de schuldherschikking afgerond. Daarbij werd afgesproken dat de resterende bilaterale schulden vanaf 1 januari 2025 over een langere periode zouden worden afgelost. Voor bepaalde officiële ontwikkelingsleningen ging het om een aflossingsperiode van 17 jaar, inclusief een aflossingsvrije periode van 4 jaar. Voor andere schulden gold een periode van 12 jaar, inclusief 5 jaar aflossingsvrij.
Die afspraken moesten Suriname meer ademruimte geven op de begroting. Door betalingen uit te stellen en over een langere periode te spreiden, kon de regering op korte termijn middelen vrijmaken voor lopende uitgaven, terwijl het land tegelijk moest voldoen aan voorwaarden van het IMF-programma.
Politieke spanning rond IMF-beleid
De schuldherschikking en het bredere IMF-traject waren politiek gevoelig. De regering-Santokhi verdedigde de aanpak als noodzakelijk om Suriname uit een diepe financiële crisis te halen. Volgens de toenmalige regering had het land te maken met hoge schulden, betalingsachterstanden en een ernstig verlies aan vertrouwen bij internationale financiers.
Tegenstanders verweten de regering echter dat de maatregelen te zwaar drukten op burgers en bedrijven. Vooral de afbouw van subsidies, hogere tarieven, prijsstijgingen en de dalende koopkracht zorgden voor maatschappelijke onvrede. De oppositie gebruikte de schuldherschikking en het IMF-programma geregeld als bewijs dat de regering te veel rekening hield met internationale schuldeisers en te weinig met de sociale gevolgen voor de bevolking.
De politieke spanningen bereikten in februari 2023 een hoogtepunt, toen protesten tegen het regeringsbeleid uitliepen op ernstige ongeregeldheden rond De Nationale Assemblee. De economische hervormingen bleven daarna een belangrijk thema in het publieke debat en speelden ook mee in de politieke beoordeling van de regering-Santokhi richting de verkiezingen van 2025.
Nieuwe regering rondt deel van traject af
De vervroegde aflossing vindt nu plaats onder de regering-Simons/Rusland. Daarmee bouwt de huidige regering voort op een schuldentraject dat onder de vorige regering is ingezet, maar politiek zwaar beladen bleef. De afwikkeling van de Paris Club-leningen kan door de regering worden gepresenteerd als een teken dat Suriname weer meer financiële ruimte en vertrouwen opbouwt.
Tegelijk blijft de bredere schuldenpositie van het land een aandachtspunt. Suriname heeft de afgelopen jaren verschillende schulden moeten herschikken, waaronder obligatieleningen en bilaterale schulden. Ook de toekomstige olie-inkomsten spelen een belangrijke rol in de verwachtingen rond de betaalcapaciteit van de staat.
Met de volledige aflossing van de uitstaande Paris Club-leningen wordt een deel van de buitenlandse schuldpositie opgeschoond. De komende periode zal moeten blijken hoeveel ruimte dit daadwerkelijk oplevert voor de begroting en of de regering die ruimte kan inzetten voor economische stabiliteit, sociale verlichting en verdere ontwikkeling.
Voor de achtergrond
de eerste Paris Club-afspraak dateert van 22 juni 2022; de tweede fase werd in oktober 2024 afgerond. Daarbij werd vastgelegd dat resterende schulden vanaf 1 januari 2025 opnieuw werden ingeroosterd, met langere looptijden en aflossingsvrije perioden. (Overheid van de Republiek Suriname)
Het IMF-programma voor Suriname werd op 22 december 2021 goedgekeurd. De Paris Club vermeldde in 2024 dat de betrokken schuldeisers Frankrijk, Israël, Italië en Nederland waren en dat de schuld aan Paris Club-crediteuren eind 2023 op ongeveer USD 88 miljoen werd geraamd. (Club de Paris)













