De beheersovereenkomst tussen de Staat Suriname en Stichting Florentina voor het Willebrod Axwijk Sportcentrum (SOSIS) is met onmiddellijke ingang geschorst. De kantonrechter heeft de stichting van Winston Vyent opgedragen de sportterreinen en faciliteiten te verlaten, in afwachting van een definitief oordeel in de bodemprocedure.
Het vonnis werd op 9 juli uitgesproken in het kort geding tussen de Staat, vertegenwoordigd door het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport, en Stichting Florentina. Volgens het ministerie zijn de vorderingen van de Staat grotendeels toegewezen.
De stichting moet het complex binnen 24 uur na betekening van het vonnis verlaten. Wanneer zij daaraan geen gevolg geeft, mag de Staat de politie inschakelen om het vonnis uit te voeren. Vyent en de stichting zijn daarnaast veroordeeld tot betaling van SRD 10.550 aan proceskosten.
Vanaf de betekening van het vonnis mag Stichting Florentina ook geen betalingen meer ontvangen van derden voor het gebruik van de sportterreinen en faciliteiten op het SOSIS-complex.
Vijfjarige overeenkomst
Het conflict over het beheer ontstond kort nadat Stichting Florentina het sportcentrum onder haar hoede kreeg. Vyent verklaarde in juni 2025 dat zijn stichting sinds 12 maart 2025 verantwoordelijk was voor het beheer. Volgens hem was met het toenmalige ministerie een overeenkomst voor vijf jaar gesloten.
De stichting hield daarom vast aan het standpunt dat zij op basis van een nog geldende overeenkomst bevoegd was het terrein te beheren. Vyent stelde dat zijn organisatie het werk naar behoren uitvoerde, maar daarbij nauwelijks ondersteuning van de overheid kreeg.
Hij verwierp bovendien kritiek dat de stichting het beheer door politieke invloed zou hebben verkregen. Vyent, die eerder met de NDP werd geassocieerd en zich later bij de ABOP thuis voelde, vermoedde juist dat de pogingen om het beheer terug te nemen politiek gemotiveerd waren. Volgens hem werd het geschil onterecht in de politieke sfeer getrokken.
Staat zegt dat afspraken niet zijn nagekomen
De nieuwe leiding van Jeugdontwikkeling en Sport kwam tot een andere conclusie. Het ministerie stelde in oktober 2025 dat Stichting Florentina meerdere afspraken uit de beheersovereenkomst niet was nagekomen. Ook zouden de toegangspoorten zijn afgesloten en zouden zonder toestemming bouwsels en opstallen op het terrein zijn geplaatst.
Volgens het ministerie belemmerde het gevoerde beheer bovendien het vrije gebruik van de sportfaciliteiten door jongeren, sportverenigingen en buurtbewoners. De overeenkomst zou daardoor niet langer het brede sportbelang dienen.
Stichting Florentina werd vervolgens via een deurwaardersexploot gesommeerd de beheersactiviteiten onmiddellijk te beëindigen, de poorten te openen en het terrein te ontruimen. De stichting gaf het beheer echter niet vrijwillig terug, omdat zij zich bleef beroepen op de vijfjarige overeenkomst en de tussentijdse beëindiging daarvan niet accepteerde.
Het conflict sleepte daarna maanden voort. Minister Lalinie Gopal zei begin 2026 dat de stichting niet wilde meewerken aan de terugkeer van SOSIS naar de overheid. Het ministerie schakelde daarop juridische bijstand in om de zeggenschap over het complex via de rechter terug te krijgen.
Definitieve ontbinding nog niet beslist
De uitspraak in het kort geding betekent niet dat de beheersovereenkomst al definitief is ontbonden. De rechter heeft het contract voorlopig geschorst. In de bodemprocedure moet nog worden vastgesteld of de overeenkomst rechtsgeldig en definitief kan worden beëindigd.
Door de schorsing kan het ministerie het dagelijkse beheer voorlopig overnemen. Jeugdontwikkeling en Sport zegt daarbij prioriteit te geven aan de voortzetting van de sportactiviteiten en aan de renovatie en rehabilitatie van het complex.
Voor SOSIS bestaan plannen voor onder meer een atletiekbaan, een nieuw basketbalveld, renovatie van het voetbalveld en de bouw van een zwembad. Het complex kampt al jarenlang met verval en stilgevallen ontwikkelingsplannen. De renovatie van een gebouw op het terrein begon in 2012, maar kwam volgens eerdere berichtgeving in 2014 wegens geldgebrek stil te liggen.
Het ministerie kondigt verder gesprekken aan met beheerders van andere overheidssportvelden. Daarmee wil het afspraken over het gebruik en beheer van staatsterreinen opnieuw beoordelen en voorkomen dat soortgelijke conflicten ontstaan.







