Het aantal bevestigde doden na de scheepsramp met de MV Barima in Guyana is gestegen naar 65. Van de naar schatting 179 opvarenden zijn 76 mensen levend gered. Dat betekent dat nog ongeveer 38 passagiers en bemanningsleden worden vermist.
De Guyanese autoriteiten maakten woensdag bekend dat opnieuw lichamen zijn geborgen tijdens de uitgebreide zoek- en bergingsoperatie. Van de 65 slachtoffers zijn inmiddels 44 door familieleden geïdentificeerd. De lichamen van 23 slachtoffers zijn vrijgegeven aan hun nabestaanden voor de begrafenis.
De 87 jaar oude veerboot zonk zaterdagavond tijdens een reis van Georgetown naar Port Kaituma. Op de officiële passagierslijst stonden aanvankelijk 116 passagiers en zeventien bemanningsleden vermeld. Na verklaringen van overlevenden en familieleden concludeerden de autoriteiten echter dat waarschijnlijk 179 mensen aan boord waren.
Overlevenden spreken over problemen onderweg
Overlevenden hebben verklaard dat het schip zwaar beladen was met passagiers en vracht. Ook zou de MV Barima kort na vertrek motorproblemen hebben gekregen. De problemen zouden onderweg zijn verholpen, waarna de kapitein besloot de reis voort te zetten in plaats van terug te keren naar Georgetown.
Volgens enkele overlevenden waren er vóór het zinken ook waarschuwingen dat water het schip binnendrong. Zij stellen dat hierop niet tijdig werd gereageerd. Deze verklaringen zijn nog niet onafhankelijk vastgesteld en maken deel uit van het officiële onderzoek naar de oorzaak van de ramp.
De kapitein en een ander bemanningslid zijn door de politie aangehouden. Een van hen zou positief hebben getest op marihuana. De Guyanese regering onderzoekt daarnaast mogelijke tekortkomingen bij overheidsdiensten die verantwoordelijk waren voor de registratie van passagiers, het toezicht op het schip en de uitvoering van de veiligheidsvoorschriften.
Vragen over oud schip en vervanging
De ramp heeft in Guyana tot groeiende woede en vragen geleid. Nabestaanden willen weten waarom de MV Barima, die in 1939 werd gebouwd, nog steeds voor passagiersvervoer werd ingezet. Ook wordt opheldering geëist over de grote verschillen tussen de officiële passagierslijst en het vermoedelijke werkelijke aantal opvarenden.
De regering heeft verklaard dat al een vervangend vaartuig was aangeschaft, maar dat de ingebruikname daarvan vertraging opliep doordat de benodigde infrastructuur nog niet gereed was. Premier Mark Phillips heeft toegezegd dat personen en instanties die zich schuldig hebben gemaakt aan nalatigheid of wangedrag ter verantwoording zullen worden geroepen.
De zoekoperatie wordt inmiddels ondersteund door de kustwacht van Trinidad en Tobago en de Braziliaanse marine. Negentien schepen, drie vliegtuigen en verschillende gespecialiseerde duikteams zijn bij de operatie betrokken. Kleinere vaartuigen doorzoeken daarnaast kustgebieden, riviermondingen en begroeiing waar slachtoffers door de stroming terecht kunnen zijn gekomen.








