De besturen van de Bundeling van Bonden bij Zorginstellingen, waaronder die van MMC, RGD, AZP, PCS en RKZ, hebben de regering een ultimatum gesteld. In een brief aan minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid waarschuwen de bonden dat, als uiterlijk 11 maart de tegoeden van het personeel niet op hun rekeningen zijn gestort, zij samen met het personeel in beraad zullen treden over verdere acties.
In het schrijven, dat op 4 maart naar de minister is gestuurd, eisen de bonden dat de achterstallige tegoeden waarop het personeel recht heeft, alsnog worden uitbetaald. Volgens de bonden is het personeel de behandeling door de werkgever, in dit geval de regering, beu. De zorgmedewerkers begrijpen niet waarom zij telkens opnieuw moeten aandringen op betalingen waarover al duidelijke afspraken zijn gemaakt.
Zo had het personeel sinds eind januari moeten beschikken over het kledinggeld, maar dat is op enkele instellingen na nog altijd niet uitbetaald. Ook had eind februari een TWK-overbruggingstoelage van SRD 7.000 uitbetaald moeten worden, terwijl tot nu toe slechts de helft daarvan aan het personeel is overgemaakt.
Daarnaast hebben landsdienaren en daarmee gelijkgestelden over de maanden december 2025 en januari 2026 een bedrag van SRD 1.000 niet ontvangen. Volgens de bonden is hierover meermaals aan de bel getrokken, maar is er nog steeds geen duidelijkheid over wanneer ook de zorgmedewerkers, die eveneens aanspraak maken op deze bedragen, hun geld zullen krijgen.
Onder het personeel is volgens de bonden inmiddels een groot gevoel van onbehagen ontstaan. Zij menen stiefmoederlijk te worden behandeld. De bonden spreken dan ook hun ongenoegen uit over de houding van de werkgever tegenover het personeel, dat ondanks de hoge werkdruk toch geacht wordt gemotiveerd en naar behoren het werk uit te voeren.











