DNA-voorzitter Ashwin Adhin benadrukt het belang van respectvolle dialoog en zorgvuldige wetgeving bij de erkenning en bescherming van de collectieve rechten van inheemse en tribale volken. In zijn boodschap ter gelegenheid van de Dag der Marrons op 10 oktober vraagt hij daarnaast aandacht voor goed onderwijs en gelijke ontwikkelingskansen voor jongeren in het binnenland.
Volgens Adhin vraagt de wettelijke bescherming van collectieve rechten nog steeds om een zorgvuldig antwoord. De Nationale Assemblée heeft daarin volgens hem een belangrijke verantwoordelijkheid. Betrokken gemeenschappen moeten daadwerkelijk worden gehoord bij de totstandkoming van wetgeving.
De parlementsvoorzitter verwijst naar historicus Ben Scholtens, die in zijn studie Bosnegers en overheid in Suriname uit 1994 waarschuwde voor mogelijke conflicten over grondrechten door toenemende economische activiteiten in het binnenland. Volgens Adhin is die waarschuwing werkelijkheid geworden.
“Als voorzitter van De Nationale Assemblée onderstreep ik het belang van een respectvolle dialoog en zorgvuldige wetgeving, waarbij de betrokken gemeenschappen daadwerkelijk worden gehoord”, aldus Adhin.
Hij haalt daarbij het verdrag met de Saamaka uit 1762 aan. Volgens zijn boodschap las Louis Nepveu het verdrag destijds artikel voor artikel voor in het Sranan, zodat de betrokkenen wisten waarmee zij instemden. “Gehoord worden begint bij verstaan.”
Gelijke kansen voor jongeren
Adhin benadrukt ook dat jongeren in het binnenland hun geschiedenis moeten kunnen leren kennen en trots moeten kunnen zijn op hun afkomst. Als voorbeeld noemt hij Afáka Atumisi, een Ndyuka die rond 1910 een schrift voor zijn taal ontwierp, bestaande uit 56 tekens.
Volgens de DNA-voorzitter illustreert dit dat talent altijd aanwezig is geweest in het binnenland, maar dat toegang tot onderwijs en ontwikkelingsmogelijkheden essentieel is.
“Een kind in Sipaliwini of Brokopondo verdient dezelfde aandacht en kansen als een kind in de stad. Dat vraagt om blijvende inzet van ons allemaal.”
Erfgoed van vrije mensen
In zijn boodschap staat Adhin stil bij de nalatenschap van de Marronvoorouders. Die leeft volgens hem voort in de talen, tradities, kennis en gemeenschapszin van de Marronvolken. Ook wijst hij op de internationale erkenning van tembe, het houtsnijwerk van de Marrons, dat volgens hem tot in musea in Los Angeles wordt tentoongesteld.
Onder de naam Fiiman Tembe, kunst van vrije mensen, vormt deze kunst volgens Adhin een wezenlijk onderdeel van de Surinaamse identiteit.
De parlementsvoorzitter feliciteert de Marrongemeenschappen in het binnenland, de stad en de diaspora en brengt een eerbetoon aan de vrijheidsstrijders en hun nakomelingen. Hij sluit af met een boodschap van verbondenheid: “Onze voorouders zijn met verschillende schepen hierheen gebracht, maar zij hebben allemaal dezelfde zee overgestoken.”








