De oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran heeft de scheepvaart door de Straat van Hormuz zwaar verstoord. Daarmee komt opnieuw de kwetsbaarheid van de mondiale energievoorziening bloot te liggen, omdat deze zeestraat geldt als de belangrijkste doorgang voor olie-export uit het Midden-Oosten.
Volgens het Internationaal Energie-agentschap gaat het om de grootste verstoring van de olievoorziening ooit. De impact zou groter zijn dan de oliecrises van de jaren zeventig en het wegvallen van Russische pijpleidinggasleveringen na de invasie van Oekraïne samen.
Landen in de regio beschikken wel over alternatieve routes, maar die zijn beperkt. Saudi-Arabië kan via de East-West-pijpleiding olie naar de Rode Zeehaven Yanbu vervoeren. De Verenigde Arabische Emiraten gebruiken de Habshan-Fujairah-pijpleiding, die buiten Hormuz uitkomt aan de Golf van Oman. Ook Irak beschikt via Turkije over een noordelijke exportroute.
Toch zijn deze alternatieven onvoldoende om de volledige export via Hormuz te vervangen. Sommige routes kampen met veiligheidsrisico’s, beperkte capaciteit of politieke en technische obstakels. Mogelijke nieuwe projecten, zoals pijpleidingen van Irak naar Oman of Jordanië, bevinden zich nog in een vroeg stadium of zijn vastgelopen door kosten en veiligheidszorgen.
De verstoring onderstreept hoe afhankelijk de wereldmarkt blijft van de Straat van Hormuz. Verdere escalatie kan leiden tot hogere olieprijzen, druk op energie-importerende landen en toenemende onzekerheid op internationale markten.




