Op 28 februari 2026 verscheen “Hoe dan ook”, een track van het Surinaamse collectief OUD10THIEK, opgenomen en volledig geproduceerd bij Mosha Records. Wat op papier klinkt als een reguliere release, blijkt in de praktijk een organisch gegroeid project dat in enkele uren werd uitgewerkt, maar inhoudelijk teruggrijpt op jaren aan ervaring, samenwerking en gedeelde visie.
Volgens Ori (Ori Da Don) is er geen sprake van een klassieke comeback: “We zijn eigenlijk nooit weggeweest.” Die houding weerspiegelt zich in het nummer zelf, waarin drie stemmen niet alleen samenkomen, maar voortbouwen op een continuïteit die buiten de spotlights altijd heeft bestaan. De ontvangst in Suriname is opvallend breed: waar jongere luisteraars het geluid als vernieuwend ervaren, herkennen oudere generaties er juist de echo in van een tijd waarin hiphop nog onlosmakelijk verbonden was met inhoud, beleving en woordkunst.
De manier waarop Ori zich de straten van Sophiaslust herinnert, klinkt in zijn woorden het gewicht van een jeugd die gevormd werd door sociale uitholling en overlevingsdrang. Zijn stem opent “Hoe dan ook” niet als performer, maar als getuige. De cadans van zijn couplet is niet geforceerd, maar vloeiend en verhalend, alsof hij bladzijde na bladzijde uit een leven voorleest. Die ervaring hebben we al met Ori gehad in zijn half emotionele tekst met drama geladen beat als we luisteren naar Verdriet. Het is precies die ongepolijste eerlijkheid die de luisteraar direct het nummer in trekt. De interne rijmen en subtiele pauzes creëren een ritme dat niet zozeer op de beat leunt, maar erdoorheen beweegt. Zinnen rekken zich uit waar herinnering dat vraagt, en verkorten waar de realiteit inslaat. Het resultaat is een flow die aanvoelt als een documentaire.
Ori’s taalgebruik is doelbewust direct. Begrippen als honger, nood en verdoving worden niet verpakt in poëtische omwegen, maar ingezet als tastbare elementen van een werkelijkheid waarin overleven centraal staat. De straat is geen metafoor, maar een systeem dat opvoedt, corrigeert en vormt. Juist daardoor krijgt zijn storytelling gewicht; het is geen artistieke pose, maar een vorm van sociale verslaggeving. In de woorden van Steven Fabre: “kruipt Ori in de pen à la Quaz”, waarbij hij de gritty realiteit van het opgroeien in een volksbuurt op een rustige, bijna berustende manier overbrengt. Die ogenschijnlijke rust verhult echter een onderliggende spanning: de constante dreiging van stagnatie, de fragiele balans tussen vooruitkomen en terugvallen.
Flow en ritme:
- Vertellende flow met lineaire storytelling (“Toen ik een kleine jongen was, wilde niemand naar me luisteren”)
- Ritme wordt bepaald door lange en korte zinnen, afgewisseld met enjambment.
- Bevat losse internal rhymes, bijvoorbeeld “met de dagus getraind en met de ratten gestoeid”.
Rijmschema’s:
- Interne rijm: “helemaal alleen ik had niemand om te spijbelen”
- Eindrijm sporadisch, meer gefocust op storytelling.
- Vrij informeel en narratief, lijkt op spoken word-stijl.
Woordgebruik en stijl:
- Directe, rauwe taal (“het leven is een bodemloze kut”)
- Street imagery en autobiografisch: “Sophiaslustproject, daar ben ik opgegroeid”
- Metaforen voor struggle: “laat een djonko branden om de struggle te vergeten”
Boodschap / Social Commentary:
- Persoonlijke ervaringen en jeugd in de straat
- Survival, zelfredzaamheid, realiteit van armoede en uitdagingen
- Sociaal commentaar: een blik op stedelijke jeugd en armoede, geen sugarcoating
Samengevat:
ORI’s tekst is autobiografisch, rauw en eerlijk, met focus op de straatrealiteit en persoonlijke struggle.
Wanneer Crazy G het stokje overneemt, verschuift het zwaartepunt van introspectie naar techniek. Zijn couplet is een demonstratie van controle, opgebouwd uit alliteraties, meersyllabige rijmen en klankherhalingen die de tekst een bijna percussief karakter geven. Waar Ori ruimte neemt om te vertellen, comprimeert Crazy G zijn boodschap tot een ritmisch systeem waarin elke lettergreep functioneel is. De nadruk op beginmedeklinkers en herhalende klankstructuren creëert een cadans die niet alleen hoorbaar, maar voelbaar is. Het is een stijl die herinnert aan de klassieke school van Surinaamse hiphop, waarin woordkunst een discipline op zich was.
Fabre wijst daarbij op Crazy G’s “woordelijke goocheltrucs”, een formulering die recht doet aan de manier waarop hij rijmpatronen manipuleert en controleert. Een lijn van technische beheersing die niet verloren is gegaan, maar tijdelijk naar de achtergrond was verschoven. Tegelijkertijd is de inhoud van zijn tekst niet louter technisch vertoon. Zijn woorden dragen een duidelijke boodschap van volharding, een mentale houding die obstakels niet ontkent, maar structureel benadert als onderdeel van vooruitgang. De flow en de inhoud versterken elkaar hier; discipline wordt niet alleen benoemd, maar ook uitgevoerd in de manier waarop de tekst wordt gebracht.
Flow en ritme:
- Flow is sneller, met herhalingen van letters en klanken (“Honden hongerig, horden hinderen, horden sprong, hardlopen!”).
- Gebruik van alliteratie (“harde tijden hervormen herders tot helden”) versterkt het ritme en geeft een energieke delivery.
- Ritmische cadans past goed bij battle/stand-up style rap.
Rijmschema’s:
- Meersyllabige rijm en alliteratie komen vaak voor: “Houdt hoe dan ook ’t hoofd helder”
- Sommige interne rijmcombinaties: “afhaken is geen heldendaad” – benadrukt boodschap met klankherhaling.
Woordgebruik en stijl:
- Motivational / life coaching vibe (“Hoe dan ook op hoop van zegen geeft geloof streven”)
- Technische en strategische woorden: “ontcijfer optioneel de obstakel omvang”
- Creatieve alliteratie en klankspel: “Heel haat vol lof, volhardt op heterdaad”
Boodschap / Social Commentary:
- Focus op persoonlijke discipline, doorzettingsvermogen, niet opgeven.
- Minder maatschappelijk kritisch dan TATOO, meer motivational / street-wisdom.
Samengevat:
CRAZY G gebruikt alliteratie, ritmische herhalingen en motivational storytelling, met een sterke nadruk op veerkracht en strategie.
TATOO, of Ta2, sluit het nummer af met een andere vorm van diepgang: maatschappijkritiek verpakt in beeldspraak en abstractie. Zijn stem, licht hees, draagt een zekere slijtage met zich mee, alsof de jaren niet alleen zijn stemgeluid, maar ook zijn perspectief hebben gevormd. Waar Ori de straat beschrijft en Crazy G de mentale houding daarbinnen vormgeeft, zoomt TATOO uit naar het systeem zelf. Hij schetst een samenleving die stagneert, waarin perceptie wordt gemanipuleerd en realiteit wordt verhuld. De verwijzing naar de Matrix is geen vrijblijvende popculturele knipoog, maar een kader waarin hij de huidige maatschappelijke toestand plaatst: een werkelijkheid die wordt geaccepteerd zolang zij niet actief wordt bevraagd.
Zijn flow is vrijer, minder gebonden aan strakke rijmschema’s, maar juist daardoor krachtig. Interne rijmen en herhalingen fungeren als ankerpunten binnen een tekst die zich inhoudelijk meer als een gedachtegang ontvouwt dan als een strak gestructureerd couplet. Fabre merkt op dat TATOO met zijn tekst “de hedendaagse beslommering schetst als een geval uit The Matrix”, een observatie die de kern raakt van zijn bijdrage: de vraag of men de sleur doorbreekt of zich eraan conformeert. De kracht van zijn woordgebruik ligt in de combinatie van alledaagse beelden en abstracte concepten, waardoor de luisteraar wordt gedwongen om niet alleen te luisteren, maar ook te interpreteren.
Flow en ritme:
- De flow is vrij vrijlopend en gesproken, met een semi-ritmische cadans.
- Het ritme wordt versterkt door korte en lange zinnen, met enjambment (“Vele armen, geen inktvis, . . / constant weer ’t zelfde lied”).
- Gebruik van herhaling zoals “alsof” en “net als” creëert interne echo’s in de tekst.
Rijmschema’s:
- Interne rijm: “door elke bril ziet een ieder dat dit land in de wc zit”
- Eindrijm komt sporadisch voor, bijvoorbeeld “gratie – motivatie – echter”.
- Het rijmschema is losjes, maar benadrukt de boodschap en storytelling boven strikte rijm.
Woordgebruik en stijl:
- Sterke metaforen: “dit land in de wc zit” = sociale kritiek
- Verwijzingen naar popcultuur/technologie: “wat de Matrix is”
- Woordspelingen: “Net als een voorzetsel” – abstracte beeldspraak, speels met taal.
Boodschap / Social Commentary:
- Kritiek op maatschappij, uitzichtloosheid (“Men schetst een ander beeld voor dezelfde shit”).
- Zelfredzaamheid, doorzettingsvermogen en persoonlijke kracht (“fundamenteel dat je op jezelf bouwt”).
Samengevat:
TATOO’s tekst combineert maatschappelijke kritiek met persoonlijke empowerment, losjes rijmend, met een vrije flow en veel beeldspraak.
Wat deze drie stemmen bindt, is niet alleen hun verleden, maar hun gezamenlijke positie in het heden. Als collectief opererend onder de naam OUD10THIEK, vertegenwoordigen zij een bewuste terugkeer naar de fundamenten van het genre. Fabre noemt dit een “breath of fresh air” binnen het nationale hiphoplandschap, een observatie die verder reikt dan enkel muzikale waardering. In een tijd waarin de Surinaamse markt, net als vele andere, wordt overspoeld door buitenlandse invloeden en productiegedreven trends, fungeert deze release als een tegenbeweging. Niet door zich af te zetten tegen het moderne, maar door te laten zien wat verloren dreigt te gaan wanneer woorden hun centrale rol verliezen.
Ook de muzikale opbouw van het nummer draagt bij aan die herwaardering. De rustige piano-intro en ingetogen baslijn creëren ruimte voor de tekst, in plaats van deze te overschaduwen. Het is een productiekeuze die getuigt van vertrouwen in de kracht van de lyrics. De hook, eenvoudig maar doeltreffend, fungeert als bindmiddel tussen de drie perspectieven. “Hoe dan ook” wordt daarmee meer dan een refrein; het is een mantra die de individuele verhalen samenbrengt in een collectieve houding van volharding.
De comeback van deze drie artiesten is in dat licht geen nostalgische exercitie, maar een culturele interventie. Het is een poging om de balans te herstellen tussen beat en woord, tussen vorm en inhoud. Hun werk laat zien dat hiphop niet hoeft te kiezen tussen toegankelijkheid en diepgang, maar juist kan floreren in de spanning tussen beide. Zoals Fabre het treffend samenvat: vurige hiphop, rauw, maar niet vulgair, meesterlijk in elkaar gezet door drie old Suri-Hop heads.
In een tijd waarin snelheid en oppervlakkigheid vaak de boventoon voeren, dwingt “Hoe dan ook” de luisteraar tot vertraging. Niet omdat het dat expliciet vraagt, maar omdat de teksten het vereisen. Wie werkelijk luistert, ontdekt lagen van betekenis die niet in één keer prijsgegeven worden. En misschien ligt precies daar de waarde van deze release: niet in het onmiddellijke effect, maar in de blijvende resonantie. Het is een herinnering dat hiphop, in zijn puurste vorm, niet alleen gehoord moet worden, maar begrepen.
Conclusie / Vergelijking van de drie teksten:
| Artiest | Thema / Boodschap | Flow | Rijm | Stijl |
| TATOO | Maatschappijkritiek, zelfredzaamheid | Vrijlopend, semi-ritmisch | Losse eindrijm, interne rijm | Abstracte metaforen, Matrix-referenties |
| CRAZY G | Motivatie, doorzettingsvermogen | Ritmisch, alliteratief, energiek | Alliteratie, interne rijm, meersyllabisch | Strategisch taalgebruik, klankspel |
| ORI | Persoonlijke struggle, straatleven | Vertellend, narrative | Sporadisch, interne rijm | Rauwe, autobiografische stijl, straatimagery |
Observaties:
- Alle drie gebruiken storytelling, maar in verschillende stijlen: TATOO = maatschappelijk/filosofisch, CRAZY G = motivational/energiek, ORI = autobiografisch/realistisch.
- Flow en rijm verschillen: CRAZY G is het meest ritmisch/technisch, TATOO mixt vrije flow en metaforen, ORI legt nadruk op verhaal.
- Social commentary: TATOO is maatschappelijk kritisch, ORI laat sociale realiteit zien, CRAZY G is meer zelfverbetering / motivational.
Over Steven Fabre (co-writer)
Steven Fabre is een gerespecteerde Surinaamse hiphopkenner en voormalig artiest uit de jaren ’90. Binnen de oldschool-scene wordt hij breed erkend door generatiegenoten. Tegenwoordig staat hij bekend om zijn scherpe en diepgaande analyses, waarbij hij hiphoptracks tot in detail ontleedt op flow, rijm en inhoud.
Bij de analyse en poëtische ontleding van de rapteksten is aansluiting gezocht bij de benadering uit Fa yu e tron leisibakru, een Surinaamse literatuurmethode die in de beginjaren van 2000 op havo- en vwo-niveau werd gebruikt, en waarin nadruk wordt gelegd op diepgaand tekstbegrip, interpretatie en het herkennen van stilistische en inhoudelijke lagen binnen teksten.


