De laatste officieel vastgestelde armoedegrens voor een één-persoonshuishouden in Suriname bedraagt SRD 7.810. Dat heeft minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid meegedeeld tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee.
De kwestie kwam aan de orde naar aanleiding van vragen over de impact van de begroting op de samenleving en de noodzaak van een nieuwe, realistisch bepaalde armoedegrens. Volgens de minister wordt de armoedegrens niet willekeurig vastgesteld, maar periodiek gevolgd door een speciale werkgroep.
“Met betrekking tot de armoedegrens kan ik u inlichten dat de multidisciplinaire Werkgroep Armoedegrensbepaling tot taak heeft de armoedegrens periodiek te monitoren en de regering hierover te adviseren”, stelde Misiekaba.
Volgens de bewindsman dateert de meest recente officiële vaststelling van december 2025. “De laatst officieel vastgestelde armoedegrens is van december 2025 en bedraagt SRD 7.810 voor een eenpersoonshuishouden”, aldus de minister.
De vaststelling van de armoedegrens is van belang bij de beoordeling van de koopkracht, sociale ondersteuning en de vraag in hoeverre burgers nog kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Vooral bij stijgende kosten voor voeding, vervoer, huisvesting en zorg is de hoogte van de armoedegrens een belangrijke graadmeter voor het sociaal beleid.
In het parlement is daarbij de vraag gesteld of de bestaande armoedegrens nog aansluit bij de realiteit waarmee huishoudens dagelijks worden geconfronteerd. De regering zegt zich daarbij te baseren op het advies van de multidisciplinaire werkgroep, die de ontwikkelingen periodiek moet blijven volgen.
De bekendmaking komt op een moment waarop ook andere sociaal-economische onderwerpen op de begrotingstafel liggen, waaronder het minimumuurloon, sociale zekerheid, controle op arbeidsvoorwaarden en bescherming van werknemers. Eerder gaf Misiekaba aan dat de Raad van Ministers het nieuwe minimumuurloon van SRD 61,25 heeft goedgekeurd.
De armoedegrens van SRD 7.810 geldt voor een eenpersoonshuishouden. Voor grotere huishoudens ligt de grens doorgaans hoger, afhankelijk van samenstelling en berekeningsmethode. Uit de beantwoording blijkt niet of er inmiddels een nieuwe herberekening voor 2026 in voorbereiding is.










