BEP-parlementariër Ronny Asabina trekt aan de bel over de scheve verhoudingen in de kleinschalige goudsector. Volgens het assembleelid zijn de meeste goudconcessies in het binnenland in handen van de stedelijke elite waaronder medici, advocaten en geestelijken die de regels massaal overtreden door illegaal onder te verhuren.
Tijdens het programma Bakana Tori deed Asabina uit de doeken hoe een grote groep titeleigenaren nog nooit een voet in het binnenland heeft gezet. “Ze weten niet eens hoe hun concessie eruitziet, maar strijken wel de winsten op,” stelt de politicus. Hoewel de wet onderverhuur strikt verbiedt, gebeurt dit volgens hem bij meer dan 80% van de concessies.
Illegale praktijken en milieuvervuiling
Asabina hekelt de schijnbewegingen die door deze eigenaren worden gemaakt. Terwijl zij officieel aangeven nog in de ‘exploratiefase’ te zitten, wordt er in de praktijk volop goud gewonnen en geld opgestreken (den man e teki concessiemoni nyan). Hij wijst hierbij specifiek op de toenemende aanwezigheid van Chinese ondernemers die het achterland intrekken onder deze dubieuze constructies. Ook op milieugebied uitte het assembleelid zijn ernstige zorgen; er zou sprake zijn van het gebruik van cyanide onder een andere naam, terwijl de milieuautoriteit toestemming zou hebben gegeven voor het werken met deze stoffen zonder dat de risico’s voor de omgeving duidelijk zijn door een gebrek aan effectieve controle.
Explosieve groei goudopkoopcentrales
Niet alleen in het binnenland, maar ook in de hoofdstad is de goudkoorts zichtbaar. Asabina spreekt van een “explosieve groei” van goudopkoopcentrales in Paramaribo. Hij noemt de Ramgoelamweg als voorbeeld, waar in korte tijd een derde centrale de deuren opent. In de binnenstad zitten deze zaken inmiddels op steenworp afstand van elkaar.
“We zijn bedolven onder die goudopkoopcentrales. Er is geen beleid. Naast beleid hebben we ook handhaving en toezicht nodig.”
Gebrek aan politieke wil
De kern van het probleem ligt volgens de BEP-voorman bij de overheid. Het gros van de daadwerkelijke goudzoekers in het veld heeft geen enkele rechtstitel, wat hen kwetsbaar maakt. Asabina concludeert dat de politieke wil om de sector daadwerkelijk te reguleren en te ordenen volledig ontbreekt, waardoor de wildwest-situatie kan voortbestaan.

