De Amerikaanse ambassadeur in Suriname, Robert Faucher, vertrekt eind januari en blikt in een afscheidsboodschap terug op zijn ambtsperiode. In de verklaring, spreekt hij zijn dank uit aan Suriname en benadrukt hij de verdieping van de samenwerking tussen beide landen in de afgelopen drie jaar.
Faucher stelt dat de periode na de coronapandemie in het teken stond van herstel en verdere versterking van de bilaterale relatie. Volgens hem werkten Suriname en de Verenigde Staten intensiever samen op uiteenlopende terreinen, met extra aandacht voor de opkomende energiesector. Hij wijst erop dat Suriname’s ontwikkeling richting energieproducent een “historische kans” biedt, waarvoor beide landen voorbereidingen zijn gestart. Ook noemt hij de komst van de grootste Amerikaanse zakelijke delegaties ooit naar Suriname en de uitbreiding van academische en professionele contacten.
De ambassadeur beschrijft zijn band met Suriname als persoonlijk en langdurig. Hij kwam voor het eerst naar Suriname in 1986 en keerde opnieuw terug in 2002. In zijn recente ambassadeurstour zegt hij alle districten te hebben bezocht, van Paramaribo tot Sipaliwini. Daarbij noemt hij ontmoetingen en bezoeken in het binnenland, waaronder Kwamalasamutu en Werehpai, als ervaringen die hem een “diepe waardering” gaven voor de natuur, veerkracht en culturele rijkdom van het land.
Daarnaast legt Faucher de nadruk op projecten rond gedeelde geschiedenis. Hij verwijst onder meer naar de onthulling van een gedenkteken van de American Battle Monuments Commission in Zuid-Amerika, het herdenken van NASA-raketlanceringen in Coronie en de publicatie van het boek Common Past, Shared Future met vijftig verhalen over de relatie tussen de VS en Suriname. Ook haalt hij de recente onthulling aan van een monument in Commewijne ter nagedachtenis aan 35 Amerikaanse militairen en diplomaten die omkwamen bij de vliegtuigcrash bij Matapica in 1943.
Volgens Faucher is de huidige relatie tussen de Verenigde Staten en Suriname “praktisch, respectvol en toekomstgericht” en gebouwd op vertrouwen. Hij stelt dat beide landen een gedeeld geloof hebben in soevereiniteit en kansen, en dat de samenwerking sterker is dan ooit.
De diplomaat benadrukt dat zijn vertrek niet het einde betekent van zijn betrokkenheid bij Suriname. Hij zegt het land te zullen blijven volgen en verwacht in de toekomst terug te keren, “niet als ambassadeur, maar als vriend”.










