De regering wil de Surinaamse gassector versneld voorbereiden op verdere groei. Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu zegt dat nieuwe gasvondsten alleen economische kansen opleveren als Suriname tijdig investeert in personeel, opleidingen, infrastructuur en lokale bedrijvigheid.
De Surinaamse gassector krijgt daarom een nadrukkelijke plaats binnen “Suriname 3.0”, de ontwikkelingskoers waarmee de regering nieuwe economische sectoren wil opbouwen en bestaande sectoren wil versterken. Volgens Brunings moet het land nu al bepalen welke kennis, technische vaardigheden en voorzieningen nodig zijn. De minister wil voorkomen dat Suriname straks over gasvoorraden en investeringen beschikt, maar onvoldoende eigen mensen heeft om een groot deel van het werk uit te voeren.
Brunings sprak hierover tijdens het persmoment voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers. Hij blikte terug op de recent gehouden Summit “Suriname 3.0”. Volgens hem heeft die bijeenkomst duidelijk gemaakt dat olie en gas belangrijke aanjagers van economische groei kunnen zijn, maar dat Suriname tegelijkertijd moet investeren in andere sectoren. De inkomsten en bedrijvigheid rond energie moeten volgens die benadering juist ruimte scheppen voor een bredere economische ontwikkeling.
Vooral de recente ontwikkelingen rond gas maken volgens de minister extra voorbereiding noodzakelijk. Suriname heeft inmiddels opnieuw een gasvondst in offshore Blok 52 gemeld. Brunings vindt dat de exploratie naar gas verder moet worden versneld en wil daarover in gesprek met Staatsolie. Over de meest recente gasvondst werd eerder ook door de regering informatie gedeeld. Lees hier meer over die gasvondst in Blok 52.
Surinaamse gassector kan nieuwe industrieën aantrekken
De ambities gaan verder dan het winnen en exporteren van gas. Brunings ziet mogelijkheden om gas naar Suriname te brengen en op land nieuwe economische activiteiten te ontwikkelen. Daarbij noemt hij onder meer de petrochemische industrie en raffinage. “Steeds meer gaan we te maken krijgen met gas”, zei de minister. Voor de regering betekent dit dat nu al moet worden onderzocht welke bedrijven, voorzieningen en investeringen nodig zijn om meer waarde in Suriname zelf te creëren.
Dat kan ook gevolgen hebben voor de vraag naar energie, havencapaciteit, transport, industrieterreinen en gespecialiseerde dienstverlening. De ontwikkeling van de Surinaamse gassector kan daardoor banen creëren die niet uitsluitend op boorplatforms of in offshore operaties liggen. Ook lokale leveranciers en technische bedrijven kunnen profiteren, mits zij tijdig voldoen aan de vereisten die internationale energieprojecten stellen aan kwaliteit, veiligheid en certificering.
Gasvondsten leveren pas brede winst op als Suriname ook kennis, banen en industrie lokaal opbouwt.
Personeelsvraag moet vroeg in kaart worden gebracht
Een van de belangrijkste opdrachten binnen “Suriname 3.0” is volgens Brunings het bepalen van de toekomstige personeelsbehoefte. Tijdens een derde sessie, die voor oktober is gepland, moet duidelijker worden welke arbeidskrachten nodig zijn, om hoeveel mensen het gaat en wanneer zij beschikbaar moeten zijn. Het gaat daarbij zowel om academisch geschoolde specialisten als om praktisch en technisch opgeleide werknemers.
Brunings noemt onder meer reservoir engineers en gespecialiseerde lassers. Zulke functies vragen om gerichte opleidingen en in sommige gevallen jarenlange ervaring. De uitkomsten van de inventarisatie moeten daarom niet op papier blijven staan, maar worden vertaald naar concrete programma’s voor scholen, technische instituten, bedrijven en opleidingscentra. Daarmee moet de Surinaamse gassector uiteindelijk minder afhankelijk worden van buitenlandse arbeidskrachten.
Onderwijs en local content moeten aansluiten op Surinaamse gassector
De regering wil de verzamelde gegevens gebruiken om het onderwijsbeleid, versnelde opleidingen en de local contentstrategie beter af te stemmen op de toekomstige vraag. Brunings erkent dat Suriname op onderdelen mogelijk later is begonnen dan wenselijk. “Ja, we zijn misschien te laat hier en daar, maar we kunnen het inhalen”, zei hij. Volgens hem is het nog mogelijk om achterstanden gericht weg te werken als overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven dezelfde personeelsbehoefte als uitgangspunt gebruiken.
Het tijdelijk aantrekken van buitenlandse deskundigen sluit de minister daarbij niet uit. Die specialisten zouden volgens hem echter niet los van lokale kennisopbouw moeten worden ingezet. Surinamers moeten zoveel mogelijk met ervaren buitenlandse krachten meewerken, zodat kennis en praktijkervaring worden overgedragen. Op die manier kunnen functies op termijn vaker door lokale werknemers worden ingevuld en blijft een groter deel van de economische waarde in het land.
Local content wordt bepalend voor economisch voordeel
De discussie sluit aan op de bredere aandacht voor local content richting de start van grootschalige offshore olieproductie en toekomstige gasprojecten. Ook binnen de sector wordt gewerkt aan betere afstemming tussen overheid, energiebedrijven, leveranciers en opleidingen. Key News berichtte eerder over de rol van de Local Content Board en sectorpartners richting 2028. Die samenwerking moet ervoor zorgen dat Surinaamse bedrijven en werknemers eerder zicht krijgen op toekomstige opdrachten en functieprofielen.
Voor de Surinaamse gassector wordt dat minstens zo belangrijk. Als gasprojecten leiden tot nieuwe industrie op land, ontstaat niet alleen vraag naar personeel in de energiesector zelf, maar ook naar werknemers in logistiek, onderhoud, bouw, veiligheid, administratie en gespecialiseerde dienstverlening. De uitdaging is volgens de lijn van de regering om opleidingen niet pas te starten wanneer projecten al in uitvoering zijn, maar jaren eerder.
Suriname 3.0 moet economie breder maken
Brunings benadrukt dat “Suriname 3.0” niet uitsluitend draait om olie en gas. De regering wil ook vaststellen welke andere sectoren voldoende groeipotentieel hebben en hoe toekomstige energie-inkomsten kunnen worden gebruikt om die ontwikkeling te ondersteunen. Daarmee moet worden voorkomen dat de economie te afhankelijk wordt van één inkomstenbron.
Voor die keuzes is volgens de minister betrouwbare informatie noodzakelijk. “Het begint met data, data, data”, aldus Brunings. De overheid wil op basis van die gegevens gerichter bepalen welke opleidingen, investeringen en beleidsmaatregelen nodig zijn. De komende uitwerking moet duidelijk maken of Suriname snel genoeg kan schakelen om de kansen van de Surinaamse gassector om te zetten in duurzame banen, lokale ondernemingen en nieuwe industrieën.







