Suriname staat voor een forse economische uitbreiding door de olie- en gassector, maar de basisvoorzieningen lopen achter. Minister David Abiamofo waarschuwt dat juist de drinkwatervoorziening een knelpunt kan worden als investeringen in productie, leidingen en bereik uitblijven.
De drinkwatervoorziening dreigt een van de kwetsbare schakels te worden in de voorbereiding van Suriname op de verwachte economische groei rond olie en gas. Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen heeft in De Nationale Assemblee duidelijk gemaakt dat de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij, SWM, momenteel niet over voldoende capaciteit en financiële ruimte beschikt om de toekomstige vraag zelfstandig op te vangen. Tegelijk is de bestaande opdracht nog niet voltooid, omdat niet iedere Surinamer toegang heeft tot veilig drinkwater.
De waarschuwing legt een breder probleem bloot dan alleen de voorbereiding op de olie- en gasindustrie. Groot-Paramaribo is volgens de minister voor een belangrijk deel nog afhankelijk van waterbronnen die ongeveer tien jaar geleden al in gebruik waren, terwijl de vraag in de afgelopen jaren verder is gestegen. In verschillende woongebieden merken huishoudens dat aan een lagere waterdruk of beperkte beschikbaarheid. Wanneer bevolking, woningbouw en bedrijvigheid verder toenemen, kan die druk groter worden.
Volgens Abiamofo zal SWM daarom niet kunnen volstaan met kleine aanpassingen. Nieuwe waterbronnen, pompen en productiestations zijn nodig, terwijl ook het distributienet moet worden uitgebreid. Daarnaast moet het verlies van geproduceerd water worden teruggedrongen. Juist dat geheel vraagt grote investeringen op een moment waarop het waterbedrijf financieel niet in staat is om alle noodzakelijke projecten uit eigen middelen uit te voeren.
Drinkwatervoorziening moet meegroeien met economie
Olie en gas kunnen Suriname nieuwe inkomsten en economische activiteit opleveren, maar die ontwikkeling brengt ook extra vraag naar basisvoorzieningen met zich mee. Nieuwe bedrijven, woningen, kantoren, hotels en dienstverlening gebruiken allemaal water. Als de capaciteit van SWM niet in hetzelfde tempo groeit, kan economische expansie de bestaande tekortkomingen in de drinkwatervoorziening verder zichtbaar maken.

De uitdaging is daardoor niet alleen hoeveel water wordt geproduceerd, maar ook of het op het juiste moment en met voldoende druk bij huishoudens en bedrijven terechtkomt. Een groeiende economie zonder gelijktijdige uitbreiding van de nutsvoorzieningen kan ervoor zorgen dat bestaande problemen groter worden. De voorbereiding op de olie- en gassector krijgt daarmee ook het karakter van een brede infrastructurele opgave.
Modernisering SWM vraagt miljoeneninvesteringen
Dat probleem speelt niet pas sinds de huidige discussie. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank ondersteunt een omvangrijk moderniseringsprogramma voor de Surinaamse drinkwatervoorziening. Daarbij zijn onder meer nieuwe bronnen, uitbreiding van productiecapaciteit, vervanging van verouderde meters en nieuwe transport- en distributieleidingen voorzien. Ook het terugdringen van water dat wel wordt geproduceerd, maar geen inkomsten oplevert, behoort tot de aandachtspunten.
De omvang van die moderniseringsbehoefte blijkt uit de investering van US$ 25 miljoen. Volgens de IDB moet het programma tot 3.700 huishoudens voor het eerst aansluiten op het drinkwaternet en de dienstverlening aan meer dan 33.000 huishoudens verbeteren. Verder zijn nieuwe bronnen, rehabilitatie van bestaande bronnen en ongeveer 21 kilometer aan transport- en distributieleidingen voorzien. Dat maakt duidelijk dat het opvangen van toekomstige groei niet met één project kan worden opgelost.
Economische groei kan alleen worden gedragen als de basisvoorzieningen meegroeien.
Financiële positie SWM blijft obstakel
De financiële positie van SWM maakt de opgave ingewikkelder. Key News meldde eerder dat verschillende overheidsinstanties ruim SRD 100 miljoen achterliepen met betalingen aan SWM. Abiamofo stelde toen al dat dergelijke achterstanden de ruimte beperken om waterprojecten uit te voeren. Wanneer grote investeringen nodig zijn voor nieuwe bronnen, productiestations en leidingen, wordt de financieringsvraag alleen maar belangrijker.
Het parlementaire debat ging daarom niet uitsluitend over productiecapaciteit. Verschillende assembleeleden brachten ook de dagelijkse dienstverlening van SWM ter sprake. Er bestaan volgens hen vragen bij consumenten over tarieven, waterrekeningen en de manier waarop bedragen worden berekend. NDP-fractieleider Rabin Parmessar wees erop dat voor klanten onvoldoende duidelijk kan zijn hoeveel zij bij een bepaald waterverbruik uiteindelijk moeten betalen.
Meer duidelijkheid gevraagd over waterrekening
Parmessar pleitte voor meer transparantie in de tariefstructuur, vergelijkbaar met de discussie die eerder rond elektriciteitstarieven is gevoerd. Abiamofo erkende dat vooral de communicatie van nutsbedrijven richting klanten beter moet. Procedures, rekeningen en informatie over dienstverlening moeten volgens hem begrijpelijker en toegankelijker worden gemaakt.
Dat punt kan belangrijker worden wanneer SWM meer inkomsten nodig heeft om investeringen te financieren. Consumenten moeten dan kunnen begrijpen waarvoor zij betalen, hoe hun rekening tot stand komt en welke dienstverlening daar tegenover staat. Zonder duidelijke communicatie kan een technische of financiële hervorming leiden tot meer ontevredenheid en wantrouwen bij klanten.
Watermeters blijven onderdeel van discussie
Ook de bemetering blijft een gevoelig onderdeel van de dienstverlening. In DNA werd erop gewezen dat huishoudens zonder watermeter geen werkelijk gemeten verbruik kunnen worden aangerekend. Abiamofo verduidelijkte dat deze klanten daardoor niet kosteloos water ontvangen. Volgens hem wordt in zulke gevallen een gemiddeld bedrag berekend, waarbij informatie en statistieken over onder meer het gebruik en de grootte van het huishouden worden meegenomen.
De discussie onderstreept opnieuw het belang van een transparante methode die consumenten kunnen begrijpen en controleren. Betrouwbare bemetering is bovendien belangrijk voor SWM zelf, omdat het bedrijf daarmee beter zicht krijgt op verbruik, inkomsten en eventuele verliezen binnen het distributiesysteem.
Veilig drinkwater blijft grotere opdracht
Daarbij komt dat de discussie over drinkwatervoorziening zich niet mag beperken tot Groot-Paramaribo. Abiamofo wees erop dat er nog altijd burgers zijn die niet over veilig drinkwater beschikken. Daarmee krijgt de olie- en gasontwikkeling ook een sociale dimensie. Wanneer de economie groeit en de overheidsinkomsten toenemen, zal de druk op de regering groter worden om ook bestaande achterstanden buiten de belangrijkste stedelijke gebieden weg te werken.
De grootste beleidsvraag blijft daarom hoe Suriname tegelijk twee uitdagingen kan aanpakken. Enerzijds moet de bestaande drinkwatervoorziening betrouwbaarder worden voor huishoudens die nu al problemen ervaren. Anderzijds moet SWM capaciteit opbouwen voor een economie die door olie en gas mogelijk sneller groeit dan de infrastructuur kan volgen.
Oliegroei mag bestaande achterstand niet vergroten
Abiamofo benadrukte dat verbetering van de drinkwatervoorziening uiteindelijk verder gaat dan de voorbereiding op olie en gas. Het uitgangspunt moet zijn dat iedere Surinamer toegang heeft tot veilig drinkwater. Dat is anno 2026 nog niet overal het geval.
De komende jaren zullen daardoor niet alleen bepalend zijn voor de ontwikkeling van de olie- en gassector, maar ook voor de vraag of Suriname zijn basisinfrastructuur tijdig kan versterken. De manier waarop investeringen in waterproductie, leidingen, bemetering en toegang worden aangepakt, zal mede bepalen hoeveel huishoudens uiteindelijk daadwerkelijk profiteren van de verwachte economische groei.






