ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk vindt dat de regering structureel voedselhulp moet verstrekken aan afgelegen dorpen in Zuid-Suriname. Volgens hem hebben verschillende gemeenschappen ernstige problemen met de voedselvoorziening.
Een eenmalige verstrekking van voedselpakketten is volgens hem onvoldoende om de situatie te verbeteren. Brunswijk bezocht vrijdag 23 oktober Kwamalasamutu, waar hij naar eigen zeggen werd geconfronteerd met moeilijke leefomstandigheden.
Volgens hem stond het water in de rivier zo laag dat boten nauwelijks konden varen. Daardoor zouden bewoners problemen ondervinden bij het bereiken van hun kostgronden en het gaan jagen. Sommige bewoners moeten volgens Brunswijk uren lopen om hun dagelijkse activiteiten te kunnen verrichten.
Bewoners vragen om hulp
Tijdens het bezoek deden bewoners een beroep op Brunswijk om hen te ondersteunen met voedsel. De ABOP-voorzitter verklaarde dat hij daarop besloot zijn eigen vliegtuig in te zetten om rijst naar het gebied te brengen.
Volgens hem werd ook het Kabinet van de President op de hoogte gebracht van de situatie. Brunswijk zegt dat president Jennifer Geerlings-Simons vervolgens op zaterdag een eerste vliegtuig met voedselpakketten naar het gebied stuurde. Op zondag zouden opnieuw pakketten zijn aangekomen.
Hij had daarnaast vernomen dat maandag nog een vliegtuig met hulpgoederen zou worden ingezet. De politicus sprak zijn waardering uit voor de snelle reactie van het staatshoofd.
Hulp moet worden voortgezet
Brunswijk benadrukte dat de problemen in het zuiden van Suriname niet met een enkele voedselzending kunnen worden opgelost. Hij vindt dat de regering moet onderzoeken hoe de bewoners maandelijks ondersteund kunnen worden zolang hun situatie niet is verbeterd.
Daarbij gaat het volgens hem niet uitsluitend om Kwamalasamutu. Hij noemde ook gemeenschappen in Coeroeni, Alalapadu, Palumeu en Tepu, die volgens hem eveneens aandacht verdienen.
De ABOP-voorzitter riep de regering op om de voedselvoorziening in de afgelegen gebieden structureel te bekijken, zodat bewoners niet telkens afhankelijk zijn van incidentele hulpacties.






