Centrale banken wereldwijd bouwen in hoog tempo goudreserves op en halen vaker goud terug naar eigen land. De trend wordt gevoed door geopolitieke spanningen, sanctierisico’s en twijfels over de rol van de Amerikaanse dollar. De goudprijs bereikte daarbij nieuwe recordniveaus, aldus The Guardian in hun analyse.
Een opmerkelijk incident illustreert hoe groot de goudstromen inmiddels zijn. Kort na het opstijgen van een vrachtvlucht kreeg de gouverneur van de Servische centrale bank, Jorgovanka Tabaković, bericht dat miljoenen dollars aan goudstaven – bestemd voor een beveiligde kluis in Belgrado – op de landingsbaan van een Zwitsers vliegveld waren blijven staan. Tabaković vertelde later dat in luchtvracht zelfs bij zulke waarden bederfelijke goederen vaak prioriteit krijgen.
De anekdote staat volgens het medium niet op zichzelf. Steeds meer centrale banken vergroten hun goudvoorraad in een tempo dat decennialang ondenkbaar leek. In internationale analyses wordt gewezen op een combinatie van factoren: geopolitieke frictie, het toenemende gebruik van financiële sancties en onzekerheid over het beleid in de Verenigde Staten.
De goudprijs beweegt mee met die nervositeit. In de eerste helft van januari 2026 steeg goud naar nieuwe records boven 4.600 dollar per troy ounce, waarbij analisten een verdere stijging richting 5.000 dollar in 2026 niet uitsluiten.
Goud wint terrein in officiële reserves
Goud neemt een steeds groter deel in van de internationale reserves van centrale banken. De goudcomponent zou in het afgelopen decennium zijn verdubbeld tot meer dan een kwart van de totale reserves, het hoogste niveau in bijna dertig jaar. Tegelijkertijd is het aandeel van de dollar in wereldwijde reserves gedaald (zonder dat er een duidelijke opvolger klaarstaat).
Reserves zijn voor landen cruciaal: ze ondersteunen de nationale munt, helpen vertrouwen van investeerders te bewaren en kunnen worden ingezet om wisselkoersen te stabiliseren in tijden van stress. Traditioneel bestonden ze vooral uit grote valuta’s (zoals de dollar en euro), staatsobligaties en een deel goud. Door de recente schokken kiezen beleidsmakers vaker voor goud als “verzekering” die niet afhankelijk is van de kredietwaardigheid van een ander land.
Repatriëring neemt toe door sanctierisico en controle
Naast bijkopen speelt repatriëring een grotere rol: goud dat in het buitenland ligt, wordt teruggehaald naar nationale kluizen. In een enquête onder centrale banken wordt een duidelijke verschuiving beschreven richting het heroverwegen van bewaarplaatsen en het beperken van afhankelijkheid van buitenlandse depots.
Historisch hielden veel landen goud aan in Londen, Zwitserland of New York, mede vanwege de infrastructuur van de goudhandel en het beeld van politieke stabiliteit. De Bank of England geldt nog altijd als een belangrijk knooppunt, met naar schatting honderden duizenden goudstaven in haar ondergrondse kluizen.
Maar voorbeelden uit de recente geschiedenis laten zien waarom landen die opslaglocaties nu kritischer bekijken. Buitenlandse tegoeden kunnen in extreme situaties worden bevroren of juridisch betwist. Dat maakt goud op eigen bodem aantrekkelijker, zeker voor landen die zich geopolitiek kwetsbaar voelen of die hun strategische buffers niet aan externe besluiten willen blootstellen.
Wie koopt, en waarom nu?
Volgens gegevens over centrale bank-aankopen bleef de kooplust eind 2025 en begin 2026 stevig, met maandelijkse netto-aankopen die de trend van de afgelopen jaren ondersteunen. In analyses worden onder meer Polen en China genoemd als actieve kopers, terwijl de Verenigde Staten ondanks alle discussie nog steeds de grootste officiële goudvoorraad zouden hebben.
De kern is dat er voor centrale banken geen perfecte vervanger is voor de dollar als wereldreservemunt: andere valuta’s missen schaal, diepte of wereldwijde acceptatie. Juist daardoor wint goud “bij gebrek aan alternatief” terrein als neutraal bezit dat niet iemands schuldpapier is.
Cryptovaluta worden soms genoemd als toekomstige concurrent van traditionele reserve-activa, maar centrale banken blijven tot nu toe terughoudend vanwege volatiliteit, regelgeving en veiligheidsrisico’s. In de praktijk verschuift de aandacht daardoor vooral naar goud als klassieke veilige haven.
Wat betekent dit voor kleinere economieën?
Voor kleinere, importafhankelijke economieën kan de internationale reserve-opbouw indirect merkbaar zijn. Als goud een groter deel van officiële buffers wordt, kan dat het beleid rond wisselkoersstabiliteit en crisisfinanciering beïnvloeden. Tegelijkertijd kan een stijgende goudprijs de drempel verhogen om op grote schaal in te stappen, waardoor landen strategischer moeten kiezen tussen liquiditeit (valuta) en waardeopslag (goud).











