President Jennifer Simons en bisschop Karel Choennie van de Rooms-Katholieke Kerk hebben dinsdag 14 april 2026 gesproken over het behoud van monumentaal erfgoed in de Surinaamse binnenstad. Tijdens het onderhoud kwamen onder meer de restauratie van het Poortgebouw aan de Monseigneur Wulfinghstraat en de bredere staat van historische panden in Paramaribo aan de orde.
Volgens bisschop Choennie is tijdens het gesprek bijzondere aandacht gevraagd voor de hoge kosten die gepaard gaan met restauratie en onderhoud van monumentale gebouwen. De geestelijke heeft het staatshoofd daarom concreet verzocht om vrijstelling van btw en andere overheidsheffingen voor de lopende restauratiewerkzaamheden.
Choennie gaf aan dat president Simons momenteel werkt aan een integraal plan voor de binnenstad. In dat kader wordt binnen twee weken een rapport verwacht van een speciale presidentiële commissie. De aanbevelingen uit dat rapport moeten uiteindelijk leiden tot wetgeving of een staatsbesluit, waarmee eigenaren van historische panden financieel ondersteund kunnen worden.
De bisschop benadrukte dat monumentale gebouwen in belangrijke mate het gezicht van de binnenstad bepalen. Daarbij wees hij erop dat vooral de Rooms-Katholieke Kerk eigenaar is van een groot aantal historische panden. Volgens hem mag van de overheid ook een bijdrage worden verwacht, wanneer van eigenaren wordt verlangd dat zij deze panden in oorspronkelijke staat behouden.
Het plan dat door de president wordt voorbereid, omvat volgens Choennie onder meer renteloze leningen voor gevelherstel en laagrentende leningen voor de rest van de gebouwen. De bisschop sprak zijn steun uit voor die benadering en stelde dat een goed onderhouden binnenstad aantrekkelijker wordt voor bewoners en bezoekers. Volgens hem moet het centrum van Paramaribo zich ontwikkelen tot een plek waar mensen graag wandelen en ontspannen.
Choennie wees ook op de praktische uitdagingen bij het beheer van monumenten met een A-status, zoals de houten kathedraal. Dergelijke gebouwen brengen volgens hem hoge onderhoudskosten met zich mee, terwijl daar nauwelijks inkomsten tegenover staan. Daarnaast noemde hij brandgevaar, een tekort aan parkeergelegenheid en bouwkundige beperkingen als belangrijke knelpunten.
Volgens de bisschop zijn houten monumentale panden voor veel bedrijven minder aantrekkelijk, onder meer vanwege smalle trappen, luiken en beperkte mogelijkheden om moderne voorzieningen zoals airconditioning aan te brengen. Ook het gebrek aan parkeerruimte maakt commercieel gebruik moeilijker.
Verder sprak Choennie zijn waardering uit voor particuliere initiatieven op het gebied van stadsherstel, waarbij vervallen historische gebouwen worden opgekocht en gerestaureerd. Hij benadrukte dat duurzame samenwerking tussen overheid en particuliere eigenaren noodzakelijk is om verder verval van de monumentale binnenstad te voorkomen.


