Bij de selectie van politieagenten zijn in het verleden ernstige fouten gemaakt. Vooral bij de lichtingen van 2018 en 2020 zou de selectieprocedure tekort zijn geschoten. Volgens minister Harish Monorath van Justitie en Politie heeft dit mede geleid tot de integriteitsproblemen waarmee het Korps Politie Suriname (KPS) momenteel wordt geconfronteerd.
“Bij een aantal lichtingen in het verleden, waaronder die van 2018 en 2020, zijn ernstige fouten gemaakt in de selectieprocedure van politiemensen. Dat heeft ertoe geleid dat we nu met deze integriteitsvraagstukken zitten”, zei Monorath dinsdag in De Nationale Assemblee.
De minister maakt zich zorgen over het negatieve beeld dat in de samenleving over het politiekorps is ontstaan. Volgens hem wordt het KPS door sommige burgers zelfs beschouwd als een organisatie waarin criminaliteit en corruptie wijdverspreid zijn.
Om de integriteit binnen het korps te versterken, worden verschillende integriteitsprogramma’s uitgevoerd. Monorath erkende echter dat deze programma’s verder moeten worden uitgebreid, versterkt en gemoderniseerd.
De bewindsman gaf toe dat de afgelopen periode meerdere zaken aan het licht zijn gekomen waarbij de integriteit van politiefunctionarissen ter discussie staat. Hij verzekerde het parlement dat het ministerie de problemen zal aanpakken.
“Dit vraagstuk gaan we oplossen. We gaan door totdat alle mensen die eruit moeten, eruit zijn”, aldus Monorath.
Volgens de minister komen steeds meer politiefunctionarissen die mogelijk betrokken zijn geweest bij corruptieve handelingen in beeld, juist omdat er strenger wordt opgetreden. Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare of tuchtrechtelijke feiten zullen volgens hem niet worden beschermd.
Monorath benadrukte tegelijkertijd dat hij niet inhoudelijk kan ingaan op lopende strafrechtelijke onderzoeken. Deze vallen onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.
“Dit is geen teken van onmacht. Er is sprake van een scheiding der machten en dat moet goed worden begrepen”, zei hij.
De minister wees erop dat hij geen vragen namens de procureur-generaal kan beantwoorden. Het is volgens hem aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of een verdachte moet worden aangehouden.
“Het is de procureur-generaal die aangeeft of iemand moet worden aangehouden, niet de minister. Er moet geen verkeerd beeld in de samenleving worden gecreëerd”, aldus Monorath.







