Landen die internationale mensenrechtenverdragen ondertekenen, kunnen zich niet jarenlang verschuilen achter het argument dat bepaalde rechten niet binnen de samenleving passen of onvoldoende maatschappelijk draagvlak hebben. Dat stelde prof. mr. dr. Yvonne Donders tijdens een openbare lezing over universele mensenrechten en culturele diversiteit.
De lezing werd op woensdag 15 juli 2026 in Spice Quest georganiseerd door Stichting Projekta, in samenwerking met het Centre for Civil and Political Rights (CCPR) uit Genève. Donders is lid van het VN-Mensenrechtencomité en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Volgens haar betekent de universele geldigheid van mensenrechten niet dat deze rechten in elk land op precies dezelfde manier moeten worden toegepast. “Universaliteit is geen uniformiteit. Gelijkheid omvat juist ook het recht om anders te zijn”, hield zij het publiek voor.
Donders legde uit dat cultuur en culturele identiteit nauw verbonden zijn met de menselijke waardigheid. Om die reden worden culturele rechten ook binnen het internationale recht beschermd. Mensenrechten bieden volgens haar een bepaalde ruimte waarbinnen culturele verschillen kunnen bestaan.
Die ruimte kent echter grenzen wanneer tradities of gebruiken schade veroorzaken aan individuen, gemeenschappen of de samenleving. Als voorbeeld noemde zij praktijken waarbij kinderen worden benadeeld of mishandeld. Donders benadrukte dat cultuur niet onveranderlijk is en dat schadelijke gebruiken niet altijd volledig hoeven te verdwijnen, maar soms ook kunnen worden aangepast.
Tijdens de discussieronde vroeg minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Dirk Currie aandacht voor de invloed van moderne technologie, sociale media en kunstmatige intelligentie op cultuur en mensenrechten.
Donders erkende dat digitalisering culturele informatie voor een groter publiek toegankelijk heeft gemaakt. Tegelijkertijd waarschuwde zij voor de snelle verspreiding van mis- en desinformatie. Ook kunnen vooroordelen die in technologische systemen zijn verwerkt bepaalde bevolkingsgroepen en culturen benadelen.
Een belangrijk deel van de discussie ging over de verantwoordelijkheid van de Surinaamse overheid. Donders wees erop dat landen vrijwillig besluiten om VN-verdragen te ratificeren. Na ratificatie ontstaat echter de verplichting om nationale wetgeving en beleid in overeenstemming te brengen met de gemaakte afspraken.
De Staat moet volgens haar aantoonbaar werken aan verandering. Daarbij zijn structurele mensenrechteneducatie in het onderwijs, het bestrijden van stigma’s en vooroordelen en een open dialoog met betrokken groepen noodzakelijk.
Ook het maatschappelijk middenveld heeft volgens de hoogleraar een belangrijke taak. Wetgeving en juridische instrumenten alleen zijn niet voldoende om mensenrechten te beschermen. Maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan bewustwording, dialoog en controle op de naleving van internationale afspraken.
Stichting Projekta vervult onder meer een rol door maatschappelijke discussies te organiseren en schaduwrapporten op te stellen. Met deze rapporten kunnen maatschappelijke organisaties VN-instanties informeren over de wijze waarop de overheid mensenrechtenverdragen in de praktijk naleeft.











