De afkeuring van Surinaamse sopropo door de Europese Unie (EU) vanwege te hoge pesticidenresiduen heeft opnieuw zorgen gewekt over de voedselveiligheid in Suriname. Volgens DNA-lid Cheryl Dijksteel is het de derde keer in minder dan een halfjaar dat groenten uit Suriname om dezelfde reden worden afgekeurd.
Zij waarschuwt dat mogelijk ook consumenten op de lokale markt worden blootgesteld aan schadelijke stoffen.“Dit keer is sopropo met gif afgekeurd”, zei Dijksteel dinsdag tijdens een vergadering van De Nationale Assemblée (DNA). Het parlementslid verwees naar eerdere meldingen over te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in rode pepers en kousenband die voor de Europese markt bestemd waren.
Volgens Dijksteel is het zorgwekkend dat dergelijke meldingen zich blijven herhalen, terwijl concrete maatregelen om de voedselveiligheid te waarborgen uitblijven. Zij wees erop dat Suriname internationale ondersteuning ontvangt om problemen met pesticidengebruik aan te pakken, maar dat de bestuurlijke versterking van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS) nog altijd op zich laat wachten.
Zorgen over groenten op lokale markt
Dijksteel vreest dat groenten die vanwege te hoge pesticidenresiduen niet aan de Europese normen voldoen, ook op de Surinaamse markt terechtkomen. Volgens haar wordt onvoldoende duidelijk welke controles plaatsvinden om consumenten tegen mogelijke gezondheidsrisico’s te beschermen.
“De vergiftiging gaat gewoon verder door”, stelde het DNA-lid. “Onze burgers kopen en eten deze groenten.”
Zij drong bij de regering aan op maatregelen om het gebruik van bestrijdingsmiddelen beter te controleren en de voedselveiligheid te garanderen.
NIVS al twee jaar zonder toezichthoudend orgaan
De zorgen van Dijksteel sluiten aan bij eerdere kritiek van DNA-lid Ann Sadi op het functioneren van het NIVS. Sadi wees er eerder op dat het instituut al ongeveer twee jaar zonder een Raad van Toezicht zit.
“Een instituut dat een centrale rol moet vervullen in het garanderen van onze voedselveiligheid functioneert al geruime tijd zonder bestuurlijk toezicht en is feitelijk stuurloos”, stelde Sadi.
Volgens haar roept het ontbreken van bestuurlijk toezicht vragen op over de effectiviteit van voedselveiligheidscontroles in Suriname. Zij benadrukte dat niet alleen pesticidenresiduen, maar ook voedselhygiëne, microbiologische en chemische verontreiniging, etikettering en de veiligheid van geïmporteerde en lokaal geproduceerde levensmiddelen voortdurend aandacht vereisen.
Sadi vroeg zich af of deze controles de afgelopen twee jaar in voldoende mate zijn uitgevoerd.
Voedselveiligheid raakt ook exportpositie
Naast de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid kan herhaalde afkeuring van landbouwproducten volgens de parlementariërs ook negatieve gevolgen hebben voor de Surinaamse exportsector. Exporteurs lopen het risico afzetmarkten te verliezen wanneer hun producten niet voldoen aan internationale voedselveiligheidsnormen.
Sadi benadrukte dat bepaalde risico’s voor consumenten moeilijk te herkennen zijn. “Vervallen producten kunnen we waarnemen, bedorven producten kunnen we ruiken, maar pesticiden en zware chemicaliën kunnen we niet zien en ruiken.”
Volgens haar is een goed functionerend NIVS daarom noodzakelijk om zowel de volksgezondheid als de landbouwsector en de internationale handelspositie van Suriname te beschermen.
“Voedselveiligheid kan niet wachten, totdat er een ernstig incident zich voordoet”, waarschuwde Sadi.
De parlementariërs roepen de regering op om de bestuurlijke situatie bij het NIVS aan te pakken en meer aandacht te besteden aan de controle op bestrijdingsmiddelen in landbouwproducten.







