De Franse ambassadeur in Suriname, Nicolas de Lacoste, heeft tijdens het Nationaal Onderwijscongres zijn ervaringen gedeeld over de aanpak van het drop-outprobleem. In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) sprak hij op maandag 8 juni 2026 zijn waardering uit voor het initiatief om de toekomst van het Surinaamse onderwijs breed te bespreken.
Volgens De Lacoste komt het congres op een belangrijk moment. Suriname staat volgens hem voor grote uitdagingen, waarbij onderwijs een centrale rol speelt in het vinden van duurzame oplossingen. De diplomaat bracht tijdens het congres zelf de problematiek van vroege schoolverlaters ter sprake en verwees daarbij naar de ervaringen van Frankrijk, met name in Frans-Guyana.
Ook Frankrijk kampt met jongeren die hun opleiding niet afronden. Om deze groep toch perspectief te bieden, zijn volgens de ambassadeur speciale programma’s opgezet door het Franse leger. Binnen deze trajecten krijgen jongeren niet alleen beroepsgerichte vaardigheden aangeleerd, maar wordt ook gewerkt aan discipline, zelfvertrouwen en maatschappelijke weerbaarheid.
Franse aanpak levert resultaten op
De resultaten van deze programma’s zijn volgens De Lacoste positief. Ongeveer 80 procent van de deelnemende jongeren vindt uiteindelijk werk in sectoren zoals horeca, bouw en dienstverlening. De ambassadeur noemde de aanpak efficiënt en gaf aan dat Frankrijk bereid is om de opgedane ervaringen te delen met Surinaamse partners.
“Het is een zeer efficiënte aanpak en wij zijn bereid onze ervaringen te delen met onze Surinaamse partners”, aldus De Lacoste.
Aandacht voor taalonderwijs in grensgebied
Naast schooluitval wees de Franse ambassadeur ook op het belang van taalonderwijs in de grensregio. Hij gaf aan dat in Saint-Laurent-du-Maroni, aan de Franse zijde van de grens, Nederlands wordt onderwezen op scholen. Daarbij wordt het Nederlands niet alleen als vreemde taal aangeboden, maar worden sommige vakken gedeeltelijk in het Nederlands gegeven.
Volgens De Lacoste investeert Frankrijk bewust in de taalvaardigheid van jongeren in het grensgebied. Tegelijkertijd sprak hij de wens uit dat het Frans aan Surinaamse zijde van de grens weer een grotere plaats krijgt binnen het onderwijs.
“We zouden het zeer op prijs stellen als in elk geval in Albina het Frans weer op scholen zou worden ingevoerd. Ik denk dat dat zeer nuttig zou zijn”, zei de Franse diplomaat.













