VHP-fractieleider Asis Gajadien vindt dat de discussie over de beloning van de rechterlijke macht breder moet worden gevoerd en in lijn moet zijn met wat in de regio gebruikelijk is. Tegelijk pleit hij voor bijstellingen waar lange dienstjaren tot uitzonderlijke uitkomsten leiden.
Gajadien zegt dat de lonen binnen de rechterlijke macht niet los kunnen worden gezien van ontwikkelingen in andere landen. In gesprek met Jerrel Harderwijk van D-TV Express stelt hij dat salarissen in de regio volgens hem vaak boven de 5.000 Amerikaanse dollar liggen en kunnen oplopen tot 10.000, 15.000 en 20.000 dollar.
Volgens de VHP-fractieleider moet het debat daarom niet worden gevoerd op basis van individuele of extreme gevallen. Hij benadrukt dat de uitgangspunten van de wetgeving in de kern correct zijn, maar dat aanpassingen mogelijk zijn waar de groei bij hoge dienstjaren tot uitzonderlijke bedragen leidt.
Gajadien geeft aan dat de initiatiefwet voor de geldelijke voorzieningen van de rechterlijke macht ongeveer twaalf tot dertien jaar geleden is ingediend, in de periode dat Jennifer Simons voorzitter was van De Nationale Assemblee. Hij zegt dat hij destijds samen met anderen het initiatief nam om de voorzieningen wettelijk te regelen.
Traject kende meerdere pogingen
Het assembleelid stelt dat er in de jaren daarna, waaronder tijdens de tweede regeertermijn van Desi Bouterse, vaker is gesproken over het onderwerp, maar dat het traject niet werd afgerond. In een latere periode diende hij opnieuw een initiatiefwet in, dit keer samen met ABOP-assembleelid Geneviève Jordan.
Volgens Gajadien was het aanvankelijk de bedoeling om uitsluitend de rechterlijke macht te regelen, zoals de wet voorschrijft. Later is besloten om de drie staatsmachten te “synchroniseren”, wat volgens hem mede verklaart hoe het uiteindelijke systeem tot stand kwam. Hij erkent dat de discussies destijds gevoelig lagen, onder meer door verwijten over riante salarisverhogingen.
Onafhankelijkheid en behoud van deskundigheid
Gajadien benadrukt dat de wet moest waarborgen dat de rechterlijke macht onafhankelijk is en niet afhankelijk wordt van de regering voor het vaststellen van bedragen. Daarnaast moest het systeem ruimte bieden om ervaring en dienstjaren te belonen, zodat deskundige krachten behouden blijven.
In dat kader verwijst hij ook naar het Caribbean Court of Justice (CCJ), waar volgens hem bedragen rond de 20.000 Amerikaanse dollar voorkomen. Tegelijk herhaalt hij dat het debat niet vanuit “extreme gevallen” moet worden benaderd.
‘Kostenoefening’ en mogelijke tekortkoming
Het assembleelid stelt dat wetten tot stand komen in wisselwerking tussen parlement en regering. In dit geval had het ministerie van Binnenlandse Zaken volgens hem de exercities en het kostenplaatje moeten presenteren. Hij zegt dat er wel een kostenplaatje is gepresenteerd, maar dat daarin niet alles is meegenomen.
Gevraagd of hij tijdens de behandeling wist dat de procureur-generaal op een zeer hoog bedrag zou uitkomen, zegt Gajadien dat er wel exercities zijn gedaan, maar dat het effect van “zulke hoge dienstjaren” nooit als uitgangspunt is meegenomen. Hij noemt als mogelijke tekortkoming de jaarlijkse toekenning van vijf procent groei en pleit voor differentiatie, bijvoorbeeld door afnemende progressie naarmate iemand langer in dienst is, of door een plafond in te stellen.
Oproep tot inhoudelijk overleg
Gajadien roept op om het onderwerp niet in een politieke sfeer te trekken en geen spanningen tussen de staatsmachten aan te wakkeren. Hij spreekt waardering uit voor de rol van de rechterlijke macht in het beschermen van de rechtsstaat en waarschuwt voor het creëren van wantrouwen.
Tot slot roept hij de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie, ministeries en het parlement op om in goed overleg te kijken naar mogelijke aanpassingen. Volgens hem kunnen “scherpe kanten” waar nodig worden bijgeslepen.












