Gepensioneerde leerkrachten kunnen onder voorwaarden tot hun 62e levensjaar in het onderwijs blijven werken. Volgens minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur heeft de Raad van Ministers hiervoor toestemming verleend. Voor de inzet na pensionering is wel dispensatie van de regering nodig.
De sollicitatieprocedure voor gepensioneerde leerkrachten die opnieuw aan de slag willen, verloopt volgens Currie goed. De administratieve afhandeling vraagt echter aandacht. Als de benodigde toestemming niet tijdig wordt geregeld, bestaat het risico dat de salarisuitbetaling wordt onderbroken.
Volgens de gemaakte afspraken moet het ministerie minimaal zes maanden vóór het verstrijken van de geldende termijn beginnen met de procedure voor verlenging of dispensatie. Leerkrachten bepalen zelf of zij na hun pensionering willen blijven werken.
Bij werken na pensionering ontvangt de leerkracht volgens Currie zowel het pensioen waarop hij of zij recht heeft als salaris op basis van een arbeidsovereenkomst. Die werkzaamheden leiden niet tot een verdere verhoging van de pensioenbasis.
Dat ligt volgens de minister anders wanneer een leerkracht vóór de pensionering langer doorwerkt. In dat geval kan de pensioenbasis wel worden verhoogd.
Currie wil andere waardering voor beroepsonderwijs
De minister pleit daarnaast voor een verandering in de maatschappelijke kijk op het lager beroepsonderwijs (lbo). Volgens hem kiezen ouders vaak voor het mulo vanuit de gedachte dat een beroepsgerichte opleiding minder waarde heeft.
“Ouders willen vaak dat hun kind naar een algemeen vormende school gaat. Dat heeft te maken met de perceptie dat een lbo-school minder is”, aldus Currie.
Hij benadrukt dat het lbo leerlingen voorbereidt op een vak en mogelijkheden biedt om zich verder te ontwikkelen binnen het beroepsonderwijs. Volgens de minister moet die functie meer erkenning krijgen.








