De maatschappelijke en financiële waardering voor leerkrachten is volgens de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur nog niet op het niveau waar die zou moeten zijn. Dat erkende de bewindsman in zijn boodschap aan de vooravond van het nieuwe schooljaar 2026-2027.
De minister sprak zijn waardering uit voor leerkrachten en schoolleiders en benadrukte dat zij een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van kinderen en jongeren.
“Uw werk gaat veel verder dan kennis overdragen. U inspireert, begeleidt, motiveert en vormt jonge mensen tot verantwoordelijke burgers”, zei hij.
Volgens de bewindsman wordt dagelijks “het kostbaarste bezit van onze samenleving” aan de zorg van leerkrachten toevertrouwd: de kinderen van Suriname.
Tegelijkertijd gaf hij aan zich ervan bewust te zijn dat de maatschappelijke en financiële waardering voor het werk van onderwijsgevenden nog verbetering behoeft.
De regering beschouwt onderwijs volgens hem als een van de belangrijkste investeringen in de toekomst van Suriname. Goed onderwijs is volgens de minister essentieel voor gelijke kansen, economische ontwikkeling en sociale vooruitgang.
Hij bedankte leerkrachten voor hun inzet, geduld en toewijding en wenste hen succes gedurende het nieuwe schooljaar.
De regering heeft eerder aangegeven te willen werken aan verbetering van de positie en arbeidsomstandigheden van onderwijsgevenden. In zijn boodschap maakte de minister echter geen concrete nieuwe financiële maatregelen bekend.
Ook het bedrijfsleven werd opgeroepen om een grotere rol te spelen binnen het onderwijs. Bedrijven kunnen volgens de bewindsman onder meer bijdragen via stageplaatsen, gastlessen, praktijkervaring en ondersteuning van onderwijsprojecten.
Volgens de minister is goed onderwijs niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de overheid. Scholen, gezinnen, het bedrijfsleven en de samenleving moeten gezamenlijk bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren en daarmee aan de toekomst van Suriname.








