Het IMF heeft op 20 februari 2026 in Washington DC de voorlopige bevindingen gepubliceerd van de zogeheten Article IV-missie naar de Verenigde Staten. Het gaat om een periodieke consultatie waarbij IMF-medewerkers de macro-economische ontwikkelingen en het beleid van een lidstaat beoordelen.
In de afsluitende verklaring beschrijft het IMF een systemische heroriëntatie van het Amerikaanse economisch beleid, gericht op meer zelfredzaamheid. Volgens het fonds vertaalt dit zich onder meer in het stimuleren van binnenlandse productie, het terugdringen van het handelstekort, het verhogen van de energieproductie en het verkleinen van de rol van de federale overheid.
Het IMF meldt dat de VS-economie in 2025 met 2,2% groeide (q4/q4), ondanks dat een government shutdown in het vierde kwartaal de activiteit drukte. De werkloosheid lag in januari 2026 op 4,3%. Inflatie bewoog in 2025 per saldo zijwaarts, waarbij tarieven de goederenprijzen opdreven terwijl diensteninflatie afzwakte.
Effecten van beleid: belastingen, tarieven en immigratie
Volgens het IMF geven de in 2025 aangenomen belasting- en uitgavenmaatregelen op korte termijn een beperkte impuls aan de economie. Het fonds schat dat dit het bbp-niveau in 2026–2027 met circa 0,75% verhoogt, maar het begrotingstekort met ongeveer 1,5% van het bbp vergroot. Een belangrijk deel van die impuls komt door gunstigere fiscale behandeling van kapitaalinvesteringen en een lagere belastingdruk voor huishoudens.
Hogere importtarieven zouden het handelstekort “bescheiden” kunnen verkleinen en in de nabije periode ongeveer 0,75% van het bbp aan inkomsten opleveren. Tegelijk noemt het IMF tarieven een negatieve aanbodschok: ze kunnen de PCE-prijsindex volgens de raming met ongeveer 0,5% verhogen (tegen begin 2026) en het productieniveau met circa 0,5% verlagen.
Strenger grensbeleid en meer uitzettingen zouden de omvang van de buitenlandse beroepsbevolking in de komende jaren doen afnemen. Dat kan leiden tot tragere banengroei, iets meer inflatoire druk en een daling van de economische activiteit met rond 0,4% tegen 2027.
Vooruitzichten: groei hoger in 2026, inflatie terug richting 2%
Het IMF verwacht dat de groei in 2026 aantrekt naar ongeveer 2,4% (q4/q4). De inflatoire impuls van tarieven zou in de loop van 2026 afnemen, waardoor de kerninflatie (core PCE) volgens de staframing rond begin 2027 terug kan vallen naar 2%.
De banengroei blijft naar verwachting lager dan in de vijf jaar vóór de pandemie, maar door tragere bevolkingsgroei zou de werkloosheid in 2026–2027 rond 4% blijven. Het IMF verlaagt daarnaast zijn inschatting van de potentiële groei op middellange termijn met 0,25 procentpunt, vooral door lagere groei van de beroepsbevolking.
Rente en Fed-beleid
Het IMF vindt het passend dat de Federal Reserve in 2025 de monetaire verkrapping heeft teruggedraaid, gezien de afkoelende jobgroei en beperkte ‘tweede ronde’-effecten van tarieven. In het basisscenario zou de beleidsrente eind 2026 uitkomen rond 3,25–3,5%, wat volgens het IMF moet helpen om de economie terug te brengen naar volledige werkgelegenheid en 2% inflatie tegen begin 2027.
Begroting en schuld: oproep tot ‘frontloaded’ consolidatie
Op begrotingsgebied waarschuwt het IMF dat de (brede) overheidstekorten in het huidige beleidspad hoog blijven en dat de schuldquote verder oploopt. Hoewel het fonds het risico op acute Amerikaanse “sovereign stress” laag noemt, ziet het een toenemend stabiliteitsrisico voor de VS en de wereldeconomie door het stijgende schuldpad en meer kortlopende financiering.
Het IMF pleit voor een duidelijke, vroeg ingezette begrotingsconsolidatie om de schuldquote neerwaarts te krijgen. Daarvoor is volgens de staf een verschuiving nodig naar een primair overschot van circa 1% van het bbp, wat neerkomt op een aanpassing van ongeveer 4% van het bbp ten opzichte van het basisscenario. Het fonds stelt dat dit vooral via hogere federale inkomsten en hervormingen in grote ‘entitlement’-programma’s (zoals social security en Medicare) zal moeten gebeuren.
Ongelijkheid, handel en financiële stabiliteit
Het IMF signaleert dat de combinatie van beleidsmaatregelen belangrijke verdelingseffecten kan hebben. Modellen van het fonds suggereren dat lagere belastingen op fooien en overuren en een hogere child tax credit inkomens ondersteunen, maar dat bezuinigingen op Medicaid en voedselhulp, samen met hogere tarieven, juist kunnen drukken op de reële inkomens van de laagste inkomensgroepen en de armoede kunnen vergroten.
Over handel stelt het IMF dat tarieven kosten creëren door verstoringen in de allocatie van middelen en in wereldwijde ketens. Het fonds roept de VS op om constructief met handelspartners samen te werken aan het verminderen van handelsrestricties en aan het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, met zo beperkt mogelijke negatieve grensoverschrijdende effecten.
Voor financiële stabiliteit herhaalt het IMF onder meer de oproep om resterende onderdelen van Basel III volledig te implementeren, bankentoezicht verder te versterken en het kader rond digitale activa zorgvuldig op te bouwen.
Kanttekening: voorlopige bevindingen
Het IMF benadrukt dat een ‘concluding statement’ voorlopige bevindingen bevat van de staf na afloop van een missie. Op basis hiervan volgt later een rapport dat – na goedkeuring door het management – aan het IMF-bestuur wordt voorgelegd.










