Johan Seymor is de nieuwe president-directeur van N.V. Grassalco. Zijn benoeming is vrijdag 12 juni bekrachtigd tijdens een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.
Naast Seymor zijn ook Berto Sampi en Jerney Noordzee benoemd in de directie. Sampi wordt operationeel directeur, terwijl Noordzee de functie van financieel directeur op zich neemt. Door de overstap van Sampi naar de directie komt zijn eerdere functie van president-commissaris vrij. Die positie wordt nu ingevuld door Marlon Cotino.
De benoemingen komen na een turbulente periode binnen het staatsmijnbouwbedrijf. Grassalco kwam de afgelopen maanden nadrukkelijk in de publiciteit door de kwestie rond ruim vier kilo ruw goud, waarvan eerder werd gemeld dat het uit de kluis van het bedrijf zou zijn verdwenen. Daarbij werd ook melding gemaakt van nepgoud dat in de kluis zou zijn aangetroffen. De zaak leidde tot een intern onderzoek en brede maatschappelijke en politieke discussie over de verantwoordelijkheid binnen het bedrijf.
In januari werd toenmalig president-directeur Wesley Rozenhout door de Raad van Commissarissen op non-actief gesteld. Volgens de raad moest het onderzoek onafhankelijk en onbelemmerd kunnen plaatsvinden. Rozenhout betwistte later publiekelijk dat er goud uit de kluis was verdwenen en stelde dat zijn non-actiefstelling volgens hem niet conform de statuten van Grassalco was verlopen.
Ook de activiteiten van Grassalco in Guyana kwamen onder vergrootglas te liggen. Het ging daarbij om Guysure, een constructie waarin volgens eerdere verklaringen miljoenen Amerikaanse dollars waren geïnvesteerd. De Raad van Commissarissen, toen onder leiding van Sampi, stelde dat de kosten van de activiteiten in Guyana zwaar drukten op Grassalco. President Jennifer Simons gaf uiteindelijk groen licht om de contracten in Guyana af te wikkelen.
Met de benoeming van Seymor, Sampi en Noordzee lijkt Grassalco een nieuwe bestuurlijke fase in te gaan. Van de nieuwe leiding wordt verwacht dat zij zich zal richten op herstel van vertrouwen, versterking van de interne controle en verdere ordening van de lopende dossiers binnen het staatsmijnbouwbedrijf.











