Het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) werkt aan een onderhouds- en monitoringsplan om de zonne-energiesystemen in het binnenland duurzaam operationeel te houden. Daarbij worden onder meer lokale bewoners getraind om de installaties te beheren.
Directeur Energie Valerie Lalji zegt tegenover de Communicatie Dienst Suriname (CDS) dat het ministerie wekelijks overleg voert met de aannemer die de zonne-energieparken heeft aangelegd. Tijdens deze gesprekken wordt onder meer gekeken naar het functioneren van de systemen, het onderhoud en de beschikbaarheid van onderdelen.
Volgens Lalji is inmiddels een lijst opgesteld van reserveonderdelen die op termijn nodig zullen zijn. Het gaat onder meer om batterijen waarin de opgewekte energie wordt opgeslagen. Ook de zonnepanelen zullen na het verstrijken van hun levensduur moeten worden vervangen.
De zonne-energieprojecten beschikken daarnaast over dieselgeneratoren die als back-up worden ingezet wanneer onvoldoende zonne-energie beschikbaar is. Ook deze generatoren moeten regelmatig worden onderhouden. “Dat hele plaatje wordt in kaart gebracht”, aldus Lalji.
Tekort aan gekwalificeerd personeel
Een van de uitdagingen is volgens de directeur het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel binnen de lokale gemeenschappen. NH werkt daarom aan trainingen waarmee bewoners worden voorbereid op het beheer en basisonderhoud van de systemen. Lalji zegt dat dit proces in uitvoering is en dat de ontwikkelingen er positief uitzien.
Hoewel het opwekken van zonne-energie op termijn goedkoper kan zijn, zijn de initiële investeringskosten volgens haar hoog. De projecten worden vooralsnog door de overheid gefinancierd via de nationale begroting of met middelen uit leningen. Het ministerie onderzoekt momenteel wat de werkelijke kosten van de projecten zijn en welk elektriciteitstarief in de toekomst aan bewoners van de betrokken dorpen zou moeten worden doorberekend.
Hybride systeem moet stroomvoorziening garanderen
Lalji wijst erop dat zowel zonne-energie als waterkrachtenergie afhankelijk zijn van weersomstandigheden. Bij weinig regen daalt het waterpeil in het stuwmeer, waardoor de krachtcentrale bij de Afobakadam minder elektriciteit kan produceren. In zulke gevallen moeten dieselgeneratoren van de Energiebedrijven Suriname (EBS) en Staatsolie Power Company Suriname (SPCS) worden ingezet. Volgens Lalji brengt dit hogere kosten voor de staat met zich mee.
Ook zonnepanelen leveren minder energie wanneer er weinig zonlicht is. De zonne-energieprojecten in het binnenland zijn daarom voorzien van een hybride systeem, waarbij zonne-energie wordt gecombineerd met batterijopslag en dieselgeneratoren. Volgens Lalji draagt deze combinatie bij aan een zo betrouwbaar mogelijke elektriciteitsvoorziening. “Ze hebben beiden hun uitdagingen, maar ze zijn beiden welkom voor de ontwikkeling van Suriname”, aldus de NH-directeur.







