Sportbonden die financiële steun van de overheid willen voor internationale wedstrijden, zullen eerder moeten plannen. Minister Lalinie Gopal maakt duidelijk dat subsidie voor sportbonden moeilijk te regelen is wanneer organisaties pas kort voor vertrek een aanvraag indienen.
Sportbonden die ondersteuning van het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport willen voor deelname aan internationale wedstrijden, zullen hun organisatie en planning eerder op orde moeten hebben. Minister Lalinie Gopal maakt duidelijk dat late aanvragen voor subsidie voor sportbonden de ruimte van het ministerie om bij te springen sterk beperken.
Volgens de minister kunnen bonden niet enkele weken voor vertrek naar het buitenland aankloppen en verwachten dat de financiering nog tijdig wordt geregeld. Een duidelijke jaarplanning moet JOS in staat stellen om aanvragen eerder te beoordelen en te bepalen welke ondersteuning mogelijk is. Gopal zegt dat de procedures voor subsidieaanvragen inmiddels met de sportbonden zijn besproken. Internationale toernooien, trainingen en andere grote activiteiten moeten daarom tijdig worden opgenomen in de planning.
Subsidie voor sportbonden vraagt vroege planning
Op de begroting van het ministerie zijn volgens Gopal twee posten opgenomen waaruit mogelijk middelen voor sportorganisaties beschikbaar kunnen worden gesteld. Daarnaast kijkt JOS naar andere mogelijkheden om verschillende sportdisciplines te ondersteunen. De nieuwe nadruk op planning sluit aan bij eerdere gesprekken over structurele sportfinanciering en talentontwikkeling in Suriname. JOS en het Surinaams Olympisch Comité hebben eerder aangegeven dat zij willen werken aan een steviger en duurzamer systeem voor de ontwikkeling van sport.
Steun hoeft niet altijd uit geld te bestaan
De ondersteuning vanuit het ministerie hoeft volgens Gopal bovendien niet altijd uit een geldbedrag te bestaan. JOS kan in bepaalde gevallen logistieke hulp bieden, bijvoorbeeld bij vervoer, begeleiding, coaches of andere praktische voorzieningen die noodzakelijk zijn om sporters aan wedstrijden en activiteiten te laten deelnemen.
Daarmee ontstaat een bredere vorm van ondersteuning. Voor sportbonden betekent dit dat zij bij hun aanvraag duidelijk moeten maken wat precies nodig is. Een bond die bijvoorbeeld al financiering heeft voor tickets, maar nog ondersteuning nodig heeft voor vervoer of technische begeleiding, zou volgens deze aanpak mogelijk op een andere manier geholpen kunnen worden.
Wie internationale steun nodig heeft, moet volgens JOS ruim vóór vertrek weten wat daarvoor nodig is.
Capaciteit van sportbonden blijft aandachtspunt
Alle sportbonden zijn volgens Gopal inmiddels gehoord. Tijdens die gesprekken zijn problemen en behoeften geïnventariseerd. Daaruit is naar voren gekomen dat sommige organisaties kampen met beperkte bestuurlijke of organisatorische capaciteit. Dat kan gevolgen hebben voor het maken van plannen, het aanvragen van subsidies en organiseren van wedstrijden.
JOS werkt daarom aan een speciale unit die sportbonden moet begeleiden bij het versterken van hun organisatie. Zo’n voorziening kan vooral belangrijk zijn voor kleinere bonden die wel over sporttechnische kennis beschikken, maar niet altijd voldoende administratieve of beleidsmatige ondersteuning hebben.
Jeugdcongres brengt jongeren en ministers samen
Naast het sportbeleid werkt het ministerie aan verschillende programma’s voor jongeren. Op 28 en 29 augustus staat in de Congreshal het nationaal jeugdcongres gepland. Jongeren uit verschillende districten moeten daar de gelegenheid krijgen om hun problemen, ideeën en voorstellen rechtstreeks met meerdere ministers te bespreken.
Volgens Gopal is het de bedoeling dat jongeren niet alleen worden aangehoord, maar ook daadwerkelijk invloed krijgen op beleid dat hen raakt. Tijdens de vakantieperiode zijn al verschillende jongerencongressen georganiseerd. De uitkomsten daarvan moeten worden meegenomen naar de landelijke bijeenkomst.
Vakantiewerk en talentontwikkeling voor jongeren
Ook het programma voor vakantiewerkgelegenheid wordt opnieuw uitgevoerd. Jongeren konden zich daarvoor registreren en de selectie van deelnemers vond plaats. Daarnaast organiseert het ministerie vakantiekampen, vakantiezwemmen en activiteiten in jongerencentra, waarbij sport, spel en talentontwikkeling centraal staan.
Het ministerie richt zich op jongeren tot 30 jaar, al verschilt de leeftijdsgroep per project. Sommige activiteiten worden vanuit specifieke buurten georganiseerd, maar JOS zegt dat de programma’s landelijk worden uitgevoerd. Eerder lanceerde het ministerie ook het GRO-programma voor jeugdontwikkeling en sport, waarin onder meer talentontwikkeling en verbetering van sportfaciliteiten centraal staan.
Meer zwemfaciliteiten voor Coronie
Voor Coronie wordt specifiek gekeken naar uitbreiding van zwemfaciliteiten. Het doel is dat jongeren in het district dichter bij huis kunnen zwemmen en niet afhankelijk zijn van voorzieningen op grote afstand. Het ministerie wil daarnaast meer mogelijkheden creëren om jong talent vroegtijdig te ontdekken en verder te begeleiden.
Gopal verwijst daarbij ook naar de terugkeer van Got Talent, dat na een onderbreking van zeven jaar opnieuw wordt georganiseerd. Voor JOS past het programma binnen een bredere aanpak, waarbij jongeren via sport, cultuur en andere activiteiten mogelijkheden krijgen om hun talenten te ontdekken en verder te ontwikkelen.
Meer verantwoordelijkheid voor sportorganisaties
De oproep aan sportbonden om eerder te plannen vormt daarmee onderdeel van een bredere koers. Wanneer bonden hun internationale kalender, begroting en ondersteuningsbehoefte tijdig indienen, kan het ministerie eerder bepalen welke ondersteuning haalbaar is en welke aanvragen binnen de beschikbare middelen passen.
Voor bonden betekent de aanpak tegelijkertijd dat er meer verantwoordelijkheid bij de organisaties zelf komt te liggen. Een internationale wedstrijd moet niet pas vlak voor vertrek aanleiding zijn om financiering te zoeken. De komende periode zal moeten blijken of deze werkwijze ook leidt tot voorspelbaardere ondersteuning voor Surinaamse sporters die het land internationaal vertegenwoordigen.






