De aanpak van de Van ’t Hogerhuysstraat blijft vastzitten in een juridisch geschil tussen Baitali N.V. en de overheid. Volgens directeur Farsi Khudabux draait de zaak niet om de vraag of zijn bedrijf per se de asfalteringswerkzaamheden moet uitvoeren, maar om de manier waarop Baitali tijdens de aanbestedingsprocedure is behandeld.
“Wij hebben nooit geëist dat wij het werk moeten uitvoeren”, stelt Khudabux tegenover ABC Suriname. Volgens hem is de kern van het geschil dat Baitali naar zijn mening ten onrechte is gediskwalificeerd. De oorspronkelijke gunning aan het bedrijf zou zonder duidelijke motivering zijn ingetrokken.
Khudabux zegt dat vooral de reputatie van Baitali hierdoor wordt geraakt. “Men moet duidelijk aangeven op basis waarvan wij zijn gediskwalificeerd”, zegt hij. Volgens de ondernemer is dat tot nu toe onvoldoende gebeurd, waardoor de indruk kan ontstaan dat het bedrijf niet aan de voorwaarden zou hebben voldaan.
Daarmee verschuift de discussie volgens hem van de uitvoering van het werk naar de rechtsgeldigheid van het besluitvormingsproces. Khudabux ontkent dat Baitali de samenleving in een wurggreep houdt. “Wij leven mee met de bevolking. Het is triest dat er nog steeds geen oplossing is”, zegt hij.
De Van ’t Hogerhuysstraat verkeert al geruime tijd in slechte staat en de roep om een structurele oplossing wordt steeds luider. Toch blijft uitvoering uit, mede door het aanhoudende geschil rond de aanbesteding. Volgens Khudabux is het voor Baitali niet doorslaggevend wie het werk uiteindelijk uitvoert. “Voor ons gaat het erom dat de onterechte diskwalificatie wordt teruggedraaid.”
In juli 2026 oordeelde de rechter volgens Khudabux in het voordeel van Baitali. De overheid zou daarna echter niet hebben gereageerd. Daardoor stapte het bedrijf opnieuw naar de rechter. In dat tweede kort geding zijn ook de dwangsommen verhoogd. De rechter moet zich nog uitspreken over deze nieuwe procedure.
Volgens Khudabux heeft het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening op 5 januari opnieuw een beoordeling uitgevoerd, die wederom negatief uitviel voor Baitali. Het bedrijf heeft daartegen bezwaar aangetekend. Op 29 april vond vervolgens een gesprek plaats tussen partijen. “Het was een goed gesprek”, aldus Khudabux.
De Baitali-directeur zegt dat een oplossing binnen enkele weken mogelijk zou moeten zijn, mits de diskwalificatie van het bedrijf wordt teruggedraaid. In dat geval zou het project in principe alsnog aan Baitali moeten worden gegund. Tegelijkertijd blijft het afwachten welk standpunt de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank in deze kwestie zal innemen.
Voor de samenleving betekent de slepende kwestie vooral dat de broodnodige aanpak van de Van ’t Hogerhuysstraat opnieuw wordt vertraagd. Terwijl overheid en aannemer juridisch tegenover elkaar staan, blijven weggebruikers dagelijks geconfronteerd worden met de gevolgen van een project dat nog altijd niet van de grond komt.











