“Leerkrachten kunnen werken tot en met 62 jaar”, deelde minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur maandag mee in het parlement. Hiermee probeert de bewindsman het tekort aan onderwijsgevenden in het land op te vangen.
Currie zei dat er binnen de regering al een besluit is genomen. Alle leerkrachten na hun 60ste jaar willen werken, mogen dat doen tot hun 62ste. “Het is geen verplichting, maar als de onderwijsgevenden het willen, kunnen zij dit aangeven.” De minister heeft de toestemming van de Raad van Ministers en de regering om deze verzoeken te honoreren.
De minister zei onlangs dat er bij het basisonderwijs 54 leerkrachten in de onderbouw en 45 leerkrachten in de bovenbouw tekort zijn. Het ministerie wil dit tekort wegwerken. Currie heeft geen indicaties of er nog steeds leerkrachten het land verlaten, maar er wordt alvast gekeken naar de uitstroom van de pedagogische instituten en het Instituut voor de Opleiding van Leraren om de tekorten op te vangen. “We gaan aan de mensen een baan aanbieden. We gaan niet wachten totdat ze solliciteren, we gaan ze meteen een baan aanbieden.”
Hij deelde verder mee dat er bij het speciaal onderwijs een tekort van 31 leerkrachten is. Bij de verschillende AVO-scholen zijn er 84 leerkrachten meer nodig. Bij de middelbare scholen is er vooralsnog geen sprake van tekorten. Bij de AVO-scholen is er vooral een tekort aan leerkrachten in de vakken: wiskunde, Spaans, scheikunde, natuurkunde en aardrijkskunde. Een van de oplossingen volgens Currie is om digitaal onderwijs te introduceren.
De minister zei onlangs dat het tekort opgevuld zal moeten worden met alles wat er ter beschikking is. Dus ook gepensioneerde leerkrachten die les willen geven, zullen ingezet worden. Elk jaar verlaten ze het onderwijs om te gaan werken op een ander ministerie, voor het bedrijfsleven of kiezen ze voor een loopbaan in het buitenland. Behalve dat leerkrachten vertrekken, zijn er een aantal die met pensioen gaan.









