De internationale olieprijzen zijn maandag fors gestegen nadat de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran opnieuw opliepen. De prijs van Brentolie, die wereldwijd als belangrijke maatstaf wordt gebruikt, steeg met 9,6 procent tot 83,30 Amerikaanse dollar per vat. De Amerikaanse oliesoort West Texas Intermediate werd 9,4 procent duurder en sloot op 78,14 dollar per vat. Het was voor Brentolie de grootste stijging op één handelsdag sinds 2020.
De prijsstijging volgde op nieuwe militaire aanvallen van de Verenigde Staten en Iran. De confrontatie heeft opnieuw onzekerheid veroorzaakt over de scheepvaart door de Straat van Hormuz, een van de belangrijkste routes voor het wereldwijde transport van olie en vloeibaar aardgas.
Iran beweert dat de zeestraat is gesloten, terwijl de Amerikaanse regering stelt dat de vaarroute open blijft. De Amerikaanse president Donald Trump kondigde maandag aan dat de Verenigde Staten opnieuw een zeeblokkade tegen Iraanse scheepvaart instellen. Hij verklaarde daarnaast dat de VS een vergoeding van 20 procent wil ontvangen over vracht die onder Amerikaanse bescherming door de Straat van Hormuz wordt vervoerd.
Belangrijke route voor oliehandel
Door de Straat van Hormuz werd in 2024 gemiddeld ongeveer 20 miljoen vaten olie per dag vervoerd. Dat kwam overeen met ongeveer 20 procent van de wereldwijde consumptie van olie en andere vloeibare aardolieproducten. Er zijn slechts beperkte mogelijkheden om de olie via pijpleidingen of andere routes te vervoeren wanneer de doorgang wordt geblokkeerd.
Handelaren vrezen daarom dat een langdurige verstoring kan leiden tot tekorten, hogere transportkosten en verdere prijsstijgingen. Ook verzekeringspremies voor olietankers en andere commerciële schepen kunnen toenemen wanneer het risico op aanvallen in het gebied groter wordt.
Volgens de Amerikaanse strijdkrachten konden de afgelopen 24 uur nog ongeveer twintig schepen door de zeestraat varen. De verklaring van Iran dat de route volledig gesloten is, kon daardoor niet onafhankelijk worden bevestigd. Het aantal scheepsbewegingen ligt volgens internationale berichtgeving wel aanzienlijk lager dan vóór de militaire confrontaties.
Zorgen over inflatie
De stijging van de olieprijs leidde maandag ook tot onrust op de internationale financiële markten. Beleggers vrezen dat duurdere energie opnieuw tot hogere inflatie zal leiden. Grote Amerikaanse beursindexen sloten lager, terwijl de rente op Amerikaanse staatsobligaties opliep.
Een hogere olieprijs werkt doorgaans door in de kosten van brandstof, elektriciteitsproductie, scheepvaart en luchttransport. Daardoor kunnen ook voedingsmiddelen, bouwmaterialen en andere geïmporteerde producten duurder worden.
Voor een importafhankelijk land als Suriname kan een langdurige stijging van de olieprijs uiteindelijk merkbaar worden in de transport- en importkosten. Of en wanneer de hogere wereldmarktprijs doorwerkt in de lokale brandstofprijzen, hangt onder meer af van de internationale inkoopprijzen, bestaande voorraden, belastingen en de wisselkoers.
Tegelijkertijd kan een hogere wereldmarktprijs op langere termijn gunstig zijn voor olieproducerende landen en toekomstige olieprojecten. Suriname bereidt zich voor op grootschalige offshore-olieproductie, maar ontvangt voorlopig nog geen inkomsten uit de productie van het eerste grote offshoreproject.
De ontwikkeling van de olieprijs zal de komende dagen sterk afhankelijk blijven van de situatie rond de Straat van Hormuz en eventuele diplomatieke pogingen om de confrontatie tussen Washington en Teheran te beëindigen.










