Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op donderdag 5 juni 2026 een gevangenisstraf van twaalf maanden geëist tegen een advocaat die terechtstaat voor belediging van een politieambtenaar in functie en bedreiging op een politiebureau.
Van de geëiste straf zouden vier maanden voorwaardelijk moeten zijn, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft het OM gevorderd dat het vuurwapen waarmee de advocaat de politieagent bedreigde, verbeurd wordt verklaard.
Volgens het OM gaat het om een ernstige bedreiging, omdat de feiten zich volgens het dossier hebben afgespeeld binnen een politiebureau. De verdachte zou daar een vuurwapen tevoorschijn hebben gehaald en gespannen. Daardoor ontstond volgens het OM een dreigende situatie, waarbij de veiligheid van de betrokken politieambtenaar en andere aanwezigen in gevaar kwam.
OM rekent positie verdachte zwaar aan
Het OM stelt dat de verdachte zich daarnaast schuldig heeft gemaakt aan belediging van een politieambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van diens werkzaamheden.
Bij de strafeis weegt volgens het OM zwaar mee dat de verdachte advocaat is en bovendien een verleden heeft als politieman. Juist van iemand met die achtergrond mag volgens het OM worden verwacht dat hij de wet dient en het gezag van de rechtsstaat respecteert. Door zich volgens het OM schuldig te maken aan belediging en bedreiging van politieambtenaren in functie, zou de verdachte grenzen hebben overschreden die niet alleen de betrokken ambtenaren raken, maar ook afbreuk doen aan het vertrouwen in het openbaar gezag.
Bij het bepalen van de eis is rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zouden zijn gepleegd. De raadslieden van de verdachte zullen op de volgende zitting hun pleidooi houden.












