De afgelopen vier jaar ben ik direct geconfronteerd met de realiteit van dak- en thuisloosheid in Suriname. Niet als beleidsvraagstuk op papier, maar als menselijke nood op straat. Ik heb mensen gezien die met korte begeleiding, tijdelijke opvang of een eenvoudige medische interventie weer perspectief hadden kunnen krijgen. Toch blijven we falen. Niet door onmacht, maar door een schrijnend gebrek aan visie en doorzettingsvermogen.
Vorige week overleed opnieuw iemand: zichtbaar verzwakt en verward, niet in staat om zelfstandig te overleven. Niet ziek genoeg voor opname in het ziekenhuis, maar te zwak om terug de straat op te sturen. Het raakt me diep dat hij zo is gestorven: eenzaam, verwaarloosd, zonder dat iemand echt ingreep. Dit had voorkomen kunnen worden.
Precies hieraan meet je een samenleving: hoe we omgaan met de meest kwetsbaren. Maar Suriname kent geen noodbedden. Geen crisisopvang. Geen vangnet tussen ziekenhuis en straat. Mensen vallen letterlijk tussen systemen in, met soms dodelijke gevolgen.
En laten we eerlijk zijn: dit probleem is al jaren bekend. Het Bureau Dak- en Thuislozen, opgericht in 2004, probeerde jarenlang met beperkte middelen basiszorg en begeleiding te bieden. In 2018–2019 werd dit bureau feitelijk ontmanteld en ondergebracht bij het Psychiatrisch Centrum Suriname. Daarmee verdween een herkenbare structuur, zonder dat er een structurele vervanging kwam.
In maart 2021 volgde de installatie van de Commissie Homeless People. Daarna kwamen er werkgroepen, pilots en plannen. Tijdelijk functionerend. Goed bedoeld. Maar wat is het zichtbare resultaat vandaag? Waar is het beleid dat is blijven staan? Waar zijn de voorzieningen die niet afhankelijk zijn van projectgelden of politieke goodwill?
Het Regionaal Ziekenhuis Wanica bood op een moment een werkbaar alternatief. Dak- en thuislozen werden tijdelijk opgevangen, begeleid en uit de acute nood gehaald. Dat liet zien dat het wél kan. Maar het was tijdelijk. En nu? Wat is ervoor in de plaats gekomen?
De harde waarheid is dat commissies komen en gaan, terwijl het probleem groeit. Nog een commissie zonder mandaat, zonder budget en zonder langetermijnvisie is geen oplossing; het is uitstel.
Dit vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid. De overheid moet regie nemen, keuzes maken en structurele voorzieningen inrichten, waaronder noodbedden en crisisopvang. Niet als pilot, maar als beleid.
Het bedrijfsleven kan bijdragen via publiek-private samenwerking: financiering, werkervaringsplekken, begeleidingstrajecten en maatschappelijke betrokkenheid. Sociale verantwoordelijkheid stopt niet bij winst.
En ook wij als burgers dragen verantwoordelijkheid. Wegkijken is geen neutrale houding. Het accepteren dat mensen eenzaam en verwaarloosd op straat sterven, zegt iets over ons allemaal.
Wat nodig is, is geen nieuwe commissie. Wat nodig is, is lef. Een langetermijnvisie. En de bereidheid om eindelijk te handelen. Want elke commissie zonder resultaat is een stille bevestiging dat we het blijkbaar acceptabel vinden dat mensen zo sterven.





