De recente internationale obligatie-uitgifte van ruim USD 1,575 miljard is volgens Rabindre Parmessar geen gewone nieuwe lening om uitgaven te financieren, maar vooral een operatie om oude schulden te herschikken en de aflossingsdruk op de staat te verlichten.
Tijdens zijn bijdrage in de eerste ronde van de begrotingsbehandeling over de nota van wijziging 2026 stelde Parmessar dat de discussie over de staatsschuld “helder, niet defensief en niet ontwijkend” gevoerd moet worden. Volgens hem is het belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar het geleende bedrag, maar vooral naar het doel waarvoor het geld is gebruikt.
Volgens het staatsschuldenplan bedroeg de staatsschuld eind december 2025 SRD 189,9 miljard, omgerekend ongeveer USD 4,9 miljard. De effectieve schuld-bbp-ratio kwam daarmee uit op 108,7 procent, op basis van het geschatte bbp-cijfer van het IMF voor 2025. Parmessar erkent dat dit geen gewoon cijfer is. Volgens hem legt deze hoge schuld druk op de begroting en beperkt zij de beleidsruimte van de regering.
Toch maakt hij een onderscheid tussen lenen om nieuwe consumptieve uitgaven te doen en herfinancieren om oude verplichtingen beter beheersbaar te maken. “Er is een verschil tussen lenen om zomaar uit te geven en herfinancieren om een financiële wurggreep te verlichten,” stelde hij. Volgens de stukken is op 6 november 2025 een zogenoemde liability management operation afgerond. Daarbij zijn internationale obligaties uitgegeven met looptijden van vijf en tien jaar. De rentepercentages bedragen respectievelijk 7,7 procent en 8,5 procent.
De opbrengst van deze operatie is volgens Parmessar gebruikt voor de terugkoop van de Eurobond met vervaldatum 2033 en het value recovery instrument. Daarnaast is een deel bestemd voor rentebetalingen op nieuwe obligaties tot en met mei 2028 en voor vervroegde aflossing van schulden bij onder meer ICBC, ABN AMRO en KBC Bank.
“Wie alleen zegt: er is USD 1,575 miljard geleend, vertelt maar de helft van het verhaal,” aldus Parmessar. Volgens hem was het hoofddoel van de operatie herfinanciering: oude verplichtingen vervangen en zware aflossingsdruk verlichten. Hij benadrukt wel dat schuldbeheer volledig transparant moet gebeuren. De regering zal volgens hem telkens moeten aangeven wat het doel van een lening is, tegen welke rente wordt geleend, wat de looptijd is, hoe het aflossingsprofiel eruitziet en welke risico’s eraan verbonden zijn.
Parmessar waarschuwde daarnaast dat het schuldprobleem niet los kan worden gezien van het wisselkoersrisico. Volgens de stukken is 86 procent van de totale schuld in vreemde valuta. Daardoor blijft Suriname kwetsbaar zolang de economie onvoldoende deviezen verdient.
De oplossing ligt volgens hem daarom niet alleen bij Financiën, maar ook bij beleid dat leidt tot meer productie, export, toerisme, energieontwikkeling, goed onderwijs en goed bestuur. “Als wij meer produceren, meer exporteren, meer waarde toevoegen en meer deviezen verdienen, worden wij minder kwetsbaar,” stelde hij.
Volgens Parmessar moet 2026 daarom het jaar worden waarin Suriname de brug slaat van begrotingsdiscipline naar economische productie. Hij waarschuwt dat het land anders afhankelijk blijft van leningen, externe financiering en toekomstige olie-inkomsten.
In de bijdrage wordt ook aangegeven dat de cijfers in de nota van wijziging, het financieel jaarplan en het staatsschuldenplan op hoofdlijnen dezelfde richting ondersteunen, maar op onderdelen niet volledig op elkaar aansluiten. Parmessar vraagt de regering daarom om een duidelijke reconciliatietabel, zodat het parlement de cijfers beter kan controleren.












