“Wij kunnen niet garanderen, dat we de subsidie zonder grens gaan kunnen geven”, zei president Jennifer Geerlings-Simons vrijdag tijdens een persconferentie over de brandstofsubsidie.
Het staatshoofd zei dat de hele wereld de effecten van de oorlog tussen de Verenigde Staten van Amerika en Iran voelt. De effecten voor de Surinaamse samenleving zijn tot nu toe miniem, maar in het vervolg kan dit ergere vormen aannemen.
De regering heeft samen met Staatsolie bepaalde stappen ondernomen om de samenleving te beschermen tegen enorme stijging van de brandstofprijzen. Hierbij subsidieert de regering maandelijks SRD 300 miljoen. “Wat men nu aan de pomp betaalt is niet de prijs van de brandstof”, zei het staatshoofd. Verder is er financiële verhoging gegeven aan de ambtenaren en aan hun gelijkgestelden, wat meer druk legt op de regering.
De president zei verder dat de enorme stijging van de brandstofprijs de productie- en transportsector heel zwaar zou raken, daarom koos de regering om de brandstofprijs te subsidiëren. “Maar ik kan niet garanderen, dat we dit gaan blijven doen”. Er worden steeds gesprekken gevoerd met het ministerie van Financiën en Planning, Staatsolie en de private sector over de aanpak van dit probleem. Geerlings-Simons maakt zich enorm zorgen over de oorlog. “ Als dit blijft voortduren kan er zelfs schaarste ontstaan van brandstof en dat moeten we in de gaten houden”.
De president gaf nog eens aan dat de regering de subsidie verder niet kan garanderen. “Zolang we het kunnen, zullen we het doen en we blijven praten met Staatsolie”.













