President Jennifer Simons stelt dat het terugdringen van inflatie in Suriname geen snelle ingreep is, maar een traject van tijd, consistent beleid en verantwoordelijkheid. Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de VES waarschuwde zij voor brede loonstijgingen en pleitte zij voor gerichte steun.
Suriname heeft te maken met meerdere inflatiekanalen die elkaar versterken. President Jennifer Simons wees daarbij op de wisselkoers-doorwerking door de grote importafhankelijkheid, aanbodschokken bij basisgoederen en inflatieverwachtingen die worden gevoed door onzekerheid over beleid.
Het staatshoofd benadrukte dat het terugdringen van inflatie volgens haar geen kwestie is van snelle ingrepen. “Er bestaan geen snelle oplossingen zonder nieuwe risico’s. Het is geen quick fix”, zei Simons tijdens haar jaarrede bij de nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), donderdag 15 januari 2026 in het Assuria Event Center.
Simons waarschuwde daarbij voor algemene loonstijgingen die de inflatie verder kunnen aanjagen. “Die kunnen wij ons niet permitteren”, stelde zij. In plaats daarvan pleitte de president voor gericht en rechtvaardig beleid dat lage inkomens beschermt, betaalbare basisgoederen helpt garanderen en steun biedt aan groepen die het zwaarst worden getroffen.
Deviezen moeten werken voor Suriname
Volgens de president vraagt macro-economische stabiliteit om zorgvuldige geldgroei en sterke exportinkomsten. Daarbij ligt de kern niet alleen in méér export, maar in de vraag of verdiende deviezen ook daadwerkelijk circuleren in het financiële systeem en zo bijdragen aan stabiliteit. “Het gaat niet alleen om deviezen verdienen, maar vooral om ze te laten werken voor Suriname”, aldus Simons.
Regering en CBvS mikken op stabiele wisselkoers
Simons gaf aan dat de regering samen met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) werkt aan een stabiele wisselkoers en een eerlijk functionerende markt. Zij stelde dat dit vraagt om beter inzicht in deviezenstromen, het dichten van economische “lekken” en het aantrekkelijker maken van formele kanalen, zodat productie-inkomsten daadwerkelijk bijdragen aan stabiliteit, vertrouwen en begrotingsruimte.
Overheidsinkomsten stegen, verbreding belastingbasis blijft sleutel
De president ging ook in op de overheidsfinanciën. Volgens voorlopige cijfers bedroegen de totale belasting- en niet-belastinginkomsten in 2025 circa SRD 45,6 miljard, een stijging van 15 procent ten opzichte van 2024. Die groei schreef zij toe aan betere heffing en inning, en sanering in het laatste kwartaal. De uitdaging ligt volgens Simons daarom niet primair in hogere tarieven, maar in het verbreden en versterken van de belastingbasis.
Scherpe keuzes in uitgaven, geen “blinde bezuinigingen”
Tegenover hogere inkomsten staan volgens het staatshoofd fors gestegen uitgaven. Voor 2026 en daarna moet het uitgavenbeleid volgens Simons gericht zijn op macro-economische stabiliteit én het scheppen van voorwaarden voor groei. Zij sprak zich uit tegen “blinde bezuinigingen” en pleitte voor scherpe keuzes, waarbij productieve investeringen doorgang moeten vinden. Onderwijs en gezondheidszorg moeten daarbij worden beschermd, terwijl inefficiënte programma’s worden afgebouwd, versnippering wordt verminderd en staatsbedrijven strakker worden gecontroleerd en stapsgewijs worden hervormd.
Schuldpositie vraagt discipline en hervormingen
Over het beheer van bestaande schulden meldde Simons dat de centrale overheidsschuld per eind november 2025 ongeveer SRD 188 miljard bedroeg, oftewel 128,7 procent van het bbp. Die kwetsbare positie vereist volgens haar discipline. In 2025 is ingezet op herfinanciering met langere looptijden, wat vooral tijd heeft gekocht. Volgens de president mag die tijd niet worden verward met ruimte voor extra consumptieve uitgaven, maar moet deze worden benut voor hervormingen die groei mogelijk maken.
Efficiënt gebruik van gecommitteerde middelen
Tot slot onderstreepte Simons dat inkomstenversterking, uitgavenbeheersing en financieringsdiscipline onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De regering moet volgens haar efficiënter en doelgerichter omgaan met reeds gecommitteerde middelen, onder meer door prioriteiten te herzien binnen lopende programma’s, leningen beter te koppelen aan concrete investeringsprojecten en strakke monitoring te voeren op kasstromen en projectuitvoering.










